Metareporter » Blog » Een gevaar voor de jeugd?

Een gevaar voor de jeugd?

Two cheerful african american sisters checking social media on smartphone

De jeugd en nieuwe media. Het gaat hand in hand, maar er lijken ook altijd grote zorgen te bestaan. Het is de groep die het ‘makkelijkst’ opgroeit met de veranderende technologie, maar tegelijkertijd ook vaak gezien wordt als een slachtoffer ervan. Zo waren er al veel langer geleden theorieën over de invloed van televisie op de jeugd, maar deze bleken in vele gevallen gebaseerd op niets anders dan angst. Ook nu in combinatie met nieuwe media zijn er veel berichten gebaseerd op angst. Vaak is dit naar aanleiding van een onderwerp dat het nieuws meerdere malen heeft bereikt, zoals de rellen in Haren naar aanleiding van Facebook-feestjeProject X Haren.

Toch lijken nieuwe media met een rap tempo te integreren in onze samenleving, waardoor bepaalde angsten misschien iets minder worden. Daarom was ik voor deze analyse vooral benieuwd of de jeugd in combinatie met nieuwe media vaak wordt besproken in termen van gevaar of negativiteit. Vooral interessant daaraan is om te kijken of dit misschien veranderd is sinds het begin (2010) van de database van Metareporter. Ik was namelijk benieuwd of het onderwerp kinderen/jongeren ook in combinatie met nieuwe media wordt benoemd in termen van mogelijkheden of kansen. Op dat gebied is vooral het onderwerp onderwijs erg interessant. Hoewel het onderwijs natuurlijk vaak problemen heeft gehad met nieuwe ontwikkelingen – denk bijvoorbeeld aan het filmen van docenten met mobiele telefoons – zijn er ook zeker mogelijkheden of in ieder geval innovatieve alternatieven die nieuwe media met zich meebrengen. Dus wil ik in deze analyse bekijken hoe de berichtgeving van jongeren/kinderen met betrekking tot nieuwe media is veranderd in hoeveelheid, maar ook zeker wat betreft waardeoordeel van de berichtgeving.

Framing

In deze analyse zal ik gebruik maken van ‘framing’ om te kijken in welke termen dit nieuws naar voren komt. Daarvoor is het belangrijk om te weten wat framing precies inhoudt en hoe het instrument precies gebruikt kan worden. Door Robert M. Entman wordt het als volgt omschreven: “The essence of framing is sizing – magnifying or shrinking elements of the depicted reality to make them more or less salient” (Entman, 1991). Daarmee geeft hij aan dat de essentie van framing bestaat uit het nemen van kleine segmenten van een groter geheel om een bepaald vertoog te benadrukken of juist achterwege te laten. Daarop aansluitend wordt Entman ook gebruikt in de tekst van Julie Jones en Itai Himelboim in hun frame-analyse over blogs, waarin ze frames beschrijven als: “the outcome of strategic communication decisions; namely what information to select and to give salience to when crafting a message” (Jones & Himelboim, 2010). Frames komen dus voort uit kleine stukjes informatie die door de auteur zijn gebruikt en waar een bepaalde connotatie aan vast kan hangen.

Methode

Om zelf een framing-analyse te maken heb ik de volgende stappen en keuzes gemaakt om het onderzoeksproces zo veel mogelijk af te bakenen. Ten eerst heb ik er voor gekozen om de Metareporter database te gebruiken vanaf 2010 t/m 2012. Van alledrie de jaren zijn hiervan nieuwsartikelen geaggregeerd tussen begin september en eind november. Ik heb er voor gekozen om te zoeken op twee specifieke queries, namelijk “jongeren” en “kinderen”, omdat deze twee in de drie jaren het meest werden gebruikt met betrekking tot jeugd. Natuurlijk zijn dit ook tags die gegeven zijn om een bepaald onderwerp te categoriseren en hoeven deze woorden niet per se voor te komen binnen de artikelen die hieronder worden geplaatst. Toch zijn deze tags het meest frequent gebruikt en geven ze binnen Metareporter het meest adequate beeld van de onderwerpen die hieronder vallen.

In 2012 waren er 19 artikelen getagt met jongeren en 15 met kinderen. In 2011 waren dit er 16 voor jongeren en 20 voor kinderen. 2010 verschilde nogal van deze twee jaartallen met 45 tags voor jongeren en 31 voor kinderen. Voor mijn analyse heb ik de tags van jongeren en kinderen bij elkaar genomen wat dus voor 2012 een totaal van 34 oplevert, voor 2011 een totaal van 36 en voor 2010 was dit totaal 76. Verder heb ik bekeken welke kranten er precies over dit onderwerp berichten om een duidelijk beeld te krijgen of daar grote verschillen in zijn. Ten slotte – en misschien wel het meest belangrijk voor deze analyse – heb ik gekeken naar positieve, negatieve en neutrale berichtgeving wat betreft jongeren/kinderen met betrekking tot nieuwe media. Hiervoor heb ik negatieve berichten vooral geclassificeerd op basis van termen als ‘veiligheid’, ‘gevaar’ en ‘risico’s’. Bij twijfel is de database van LexisNexis geraadpleegd om een duidelijker beeld te krijgen van het volledige artikel.

Bevindingen

Ten eerste is het handig om visueel inzicht te krijgen in de vermelding van de tags jongeren/kinderen.

Uit deze piechart wordt alleen duidelijk dat er in 2010 veel meer bericht werd over jongeren/kinderen in combinatie met nieuwe media, maar er wordt niet precies duidelijk welke oordelen we hieraan zouden moeten verbinden. De volgende stap was het kijken naar de verschillende kranten die artikelen hierover in de Metareporter database hadden staan. Daarbij moet wel vermeld worden dat het Nederlands Dagblad in 2012 in plaats van De Pers is gekomen en dat beiden dus niet echt relevant waren voor het onderzoek.

Hieruit komen al wat interessante gegevens naar voren. In 2012 waren de meeste artikelen met de tag kinderen/jongeren namelijk afkomstig uit De Telegraaf, Metro en het Reformatorisch Dagblad. Procentueel gezien is het niet vreemd dat De Telegraaf zo hoog staat, aangezien de meeste artikelen op Metareporter in 2012 afkomstig zijn uit die krant. Wel zijn Metro en het Reformatorisch Dagblad opvallend te noemen. Hierbij moet wel vermeld worden dat Metro alleen de tag ‘jongeren’ had en dat misschien te plaatsen kan zijn met de doelgroep van de krant – vooral de treinreizigers, waaronder veel studenten vallen. Het Reformatorisch Dagblad is erg opvallend en heeft voor het grootste gedeelte te maken met artikelen die over de beginnende internetcommunity van de Kerk gaan, maar ook zeker met gevaren en privacykwesties die betrekking hebben op de jeugd.
In 2011 waren er ook een aantal uitschieters, zoals Trouw en het verschil van NRC Handelsblad en De Volkskrant met de database van 2012. Toch blijft de meest verrassende krant nog steeds het Reformatorisch Dagblad die op een gedeelde tweede plek staat in 2011. Het meest interessant is dat in 2010 de meeste artikelen (maar liefst 15) met de tag jongeren/kinderen in het Reformatorisch Dagblad stonden, terwijl het een krant is met relatief weinig nieuwe media onderwerpen. In die berichten worden jongeren en kinderen vooral benoemd als ‘slachtoffers’ van criminaliteit of gevaren van het internet.
Ten slotte is het ook belangrijk om te kijken naar het waardeoordeel dat de kranten in de verschillende jaargangen hebben gegeven met betrekking tot nieuwe media en jeugd.

Conclusie

Uit de laatste infographic komt niet precies naar voren wat ik in mijn claim stelde, namelijk dat negatieve berichtgeving over nieuwe media met betrekking tot jongeren/kinderen steeds minder is geworden, maar toch komt er interessante data naar voren. Ten eerste is het vrij opvallend te noemen dat er vanaf 2010 steeds minder over dit onderwerp wordt geschreven en dat het Reformatorisch Dagblad een grote leverancier is van deze artikelen.
Nog opmerkelijker is het dat de positieve berichtgeving over jongeren/kinderen met betrekking tot nieuwe media elk jaar iets gegroeid is en dat de negatieve berichtgeving (vooral) in 2011 en in 2010 veel hoger was dan in 2012. Het is de vraag of je hieruit mag concluderen dat nieuwe media geaccepteerder zijn geworden in de samenleving en dat de angst minder is geworden. In ieder geval lijkt het zo te zijn dat de jeugd minder vaak in termen van gevaar en criminaliteit betrokken wordt in artikelen die gaan over nieuwe media.