Bepaalt nieuwe media wat jij wel en niet kan?

Tegenwoordig is er steeds meer mogelijk met nieuwe media. Apparatuur is overal en dit biedt vele voordelen. Een van de dingen die tegenwoordig bijvoorbeeld gemakkelijk kan is thuis werken. Het krantenartikel van Dorien Pels in de Trouw gaat over dit nieuwe werken. Een claim die hierbij gemaakt wordt is dat ontwikkeling in technologie bepalend is voor ontwikkeling in het leef ritme van mensen:

Zulke [technologische] ontwikkelingen leidden ertoe dat 80 procent van de mensen zegt grip te hebben op het eigen leef ritme, terwijl dat drie jaar geleden nog 70 procent was.

Deze claim gaat uit van het idee dat technologie een grote mate van invloed heeft op de ontwikkeling van de leefwijze. Maar in hoeverre zijn apparaten bepalend voor de leefwijze van mensen en voor wat men wel en niet kan? Of werkt het juist andersom en bepaald de samenleving wat de technologie kan?

Aan de ene kant van dit debat staat de technologisch deterministische theorie. Bij deze theorie wordt gesteld dat technologie de basis is van maatschappelijke verandering. Technologische verandering is hierbij geheel autonoom en volgt zijn eigen logica. Een technologisch determinist ziet bijvoorbeeld de drukpers als een apparaat met een eigen logica die vervolgens het gedrag en bewustzijn van de maatschappij beïnvloed.1 Marshall McLuhan vult hier nog op aan dat technologie een extensie van de menselijke capaciteiten is en dat de dominante media daarmee bepalend is voor de manier waarop men de wereld ervaart.2

Wanneer we met deze theoretische context terug gaan naar het krantenartikel valt het op dat het artikel een grote autonomie toekent aan de nieuwe technologie.3 Het is geschreven vanuit een technologisch-deterministisch perspectief. Het beeld dat hiermee gecreëerd wordt over nieuwe media is er een waarin men niet zelf kan bepalen welke ontwikkeling de technologie doormaakt, maar dat de samenleving de ontwikkeling die de techniek doormaakt volgt en erin mee gaat.4

Een tweede claim die gemaakt wordt is dat technologie men een bepaalde mate van vrijheid biedt:

Niets zo erg als het gevoel geleefd te worden. Daarom is in de file staan ook zo vervelend. Nu is het mogelijk om de file uit te rijden en op een parkeerplaats in de auto de laptop uit te klappen en rustig wat te werken.

Maar heeft technologie het in zich om dit te bieden aan mensen, wanneer wij met een technologisch deterministische blik naar de technologie kijken?

Volgens Dorien Pels maakt de nieuwe technologie het voor mensen mogelijk om te werken waar ze willen en wanneer ze werken en dit geeft mensen het gevoel minder geleefd te worden. De vraag is echter of technologie dit gevoel van onafhankelijkheid te weeg kan brengen.
Wanneer wij terug kijken naar de theorie van McLuhan zien we dat hij zegt dat technologie een extensie van de mens is. Technologie is dus een uitbreiding op wat de mens al kan en wanneer de mens eenmaal een vooruitgang behaald heeft en meer kan, is een stap terug vaak erg lastig.

Ook in het krantenartikel komt dit terug:

Een op de twee mensen zegt geen dag zonder internet te kunnen. Mensen zien de voordelen, maar zeker ook de nadelen van hun toegenomen afhankelijkheid van ICT.

Het valt dus te betwijfelen of technologie vrijheid biedt aan de mensen. Het is iets waar je aan vast zit als je je er eenmaal aan verbonden hebt. Want zeg nu eens eerlijk, hoe vaak heb je al op je Facebook, mail of telefoon gekeken terwijl je deze post las? Het is moeilijk om je los te maken van de macht die technologie over je heeft. En om weer terug te keren naar het technologisch deterministische perspectief: technologie beïnvloedt de samenleving in grote mate, ook op het gebied van werk.

Tegenover deze benadering staat sociologisch determinisme. Deze stroming zet technologie altijd in hun sociale context. Sociale, politieke, culturele en economische factoren zijn hierbij de basis van technologische verandering. Onder andere Raymond Williams en Leila Green zijn aanhanger van deze theorie. Leila Green stelt vanuit dit perspectief dat sociale processen de techniek beïnvloeden en niet andersom. Ze stelt dat iedere technologische ontwikkeling uit de geschiedenis ontstaan is vanuit sociale behoefte. Techniek wordt volgens Green altijd ontwikkeld met een doel en vanuit de machtsstructuren in de maatschappij.5

Bij de ontwikkeling van technologie probeert men apparatuur te maken die zo vaak mogelijk gebruikt zal worden. Maar wie heeft hier de macht? Is het de technologie die ons dwingt om de apparaten op deze manier te maken, of zijn het mensen met macht en geld die bepalen hoe de techniek zal werken. Kijk bijvoorbeeld naar Facebook, Zuckerberg zal dit zo ontwikkelen dat de leden en zo veel mogelijk tijd op doorbrengen waardoor Facebook meer advertentie inkomsten binnen haalt. Wie is daar dan degene met macht? Facebook die met zijn werking ervoor zorgt dat wij dag en nacht online zijn of Zuckerberg die dat zo bedacht heeft?
Wanneer we het artikel proberen te plaatsen binnen sociologisch determinisme lijkt dit mogelijk. In het artikel staat het volgende:

Ik zeg wel eens: Off is het nieuwe on. Oftewel: mensen kunnen kiezen hun telefoon uit te zetten omdat ze weten dat ze zo weer bereikbaar kunnen zijn.

Deze quote lijkt enigszins macht toe te kennen aan de gebruikers van de technologie (dan wel niet bij de ontwikkeling, maar bij het gebruik), maar wanneer je de laatste zin van de quote bekijkt staat er dat mensen hun telefoon kunnen uitzetten omdat ze weten dat wanneer ze hem aanzetten ze weer bereikbaar zullen zijn. Deze quote gaat dus weer uit van een bepaalde macht vanuit de technologie. Want enkel door de snelle opstart mogelijkheden van de telefoon is het mogelijk om hem uit te zetten. Als de telefoon deze optie niet had was het blijkbaar niet mogelijk om hem uit te zetten. Weer bepaalt de technologie wat men wel en niet kan doen.

In mijn opinie is er sprake van een mengvorm. Om terug te komen bij het onderwerp van het krantenartikel: ik denk dat de mens met het idee is gekomen om bepaalde technologieën te ontwikkelen die het voor iedereen gemakkelijker maakt om overal te kunnen werken, maar dat de macht van technologie hierbij over het hoofd is gezien. Technologie heeft zo een sterke aantrekkingskracht op mensen en men vind het moeilijk om zijn telefoon weg te leggen. We kunnen niet meer zonder en hier is bij ontwikkeling door de mens geen rekening mee gehouden.

En hoe zie jij dat? Ben jij afhankelijk van nieuwe media of bepaal jij zelf wanneer je je smartphone pakt?

  1. Beer, David. Nicholas Gane. New media the key concepts. New York:  Berg, 2009, p.41 []
  2. Mcluhan, Marshall. Understanding media: The extensions of man. New York: Mentor Books, 1964 []
  3. http://www.willtemple.com/teaching/culture_seminar_07/2008/01/manovich_murphie_potts_1.html []
  4. Flew, Terry. New Media, An Introduction. Oxford University Press, 2008. Hoofdstuk 3 []
  5. Green, Leila. Technoculture: From alphabeth to cybersex. Crows Nest: Allen and Unwin, 2001, pp.1–20 []
Dit artikel is geschreven door op 05/10/2012 en is terug te vinden onder Metareports, Trouw. Het artikel is getagged met , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

7 Responses to “Bepaalt nieuwe media wat jij wel en niet kan?”

  1. Roy Bosch on 09/10/2012 at 11:24

    Technologie is afhankelijk van de mens en dat zal nog wel even zo blijven. Nieuwe media wordt interactiever door slimme stukjes code die database informatie slimmer hergebruiken en toepassen daar waar we de informatie het meeste nodig hebben. Maar wie bedenkt en schrijft code? Juist, de mens.

    Zo werkt het niet alleen op internet met facebook, twitter en andere vergelijkbare websites. Ook technologische producten werken zo. De term “use cue” is hier van toepassing. Een use cue is een kenmerk op een product die een bepaalde functie aangeeft. Denk bijvoorbeeld aan een knop op een stofzuiger of een willekeurig ander apparaat: grote kans dat die uitsteekt, een andere kleur heeft, een andere textuur heeft, licht kan geven of een combinatie van deze dingen.

    Deze use cues zijn ook op website- en smartphone interfaces van toepassing. Voor de mensen die regelmatig internetten en smartphones gebruiken is het meteen duidelijk wat een knop is en wat niet. En juist die aantrekkelijke en/of duidelijke interface zorgt ervoor dat mensen iets fijn vinden om te gebruiken of niet. Met een interface kun je mensen sturen en zelfs onbewust afleiden van het feit dat het product technologisch eigenlijk helemaal niet verschilt van andere producten. Het welbekende merk die dit nog maar eens goed onderstreept is Apple.

    In mijn optiek is het dus niet de technologie die een mens beweegt iets te doen, maar de product ontwerpers die hun werk goed hebben gedaan. Zij zorgen er -samen met wetenschappers die nieuwe technieken uitwerken- voor dat producten de functies bieden die je krijgt.

    Een mens heeft een eigen wil en een eigen mening. De mogelijkheid altijd en overal facebook te checken zou niet worden gebruikt als mensen daar het nut niet van in zouden hebben gezien. Omdat mensen deze mogelijkheid juist wél wilden hebben is facebook behalve op de computer ook beschikbaar op smartphones.

    Je ziet: technologie wordt pas gemaakt als er behoefte aan is (innovaties laten we even buiten beschouwing). Dit zal zo voorlopig nog wel even blijven, aangezien de mens degene is die technologie gebruikt.

  2. Eline on 09/10/2012 at 16:39

    Ik snap wat je bedoelt, maar zelf ken je toch ook enige macht aan technologie toe door te zeggen: “Met een interface kun je mensen sturen en zelfs onbewust afleiden van het feit dat het product technologisch eigenlijk helemaal niet verschilt van andere producten.” Technologie is hier toch datgene wat bepaalt hoe de gebruiker gevormd wordt? Dit komt naar mijn idee precies overeen met een technologisch-deterministische visie.

    Dus denk je niet dat de technologie ook voor een groot deel de samenleving kan bepalen?

  3. ShikaVN on 09/10/2012 at 18:36

    Ik denk dat de macht van technologie juist gebruikt is door de industrie, die zich in zekere mate bewust was van de uitwerking op mensen. De kapitalistische productiewijze streeft naar een zo hoog mogelijke winst en ook de vrijemarkteconomie gaat uit van continue economische groei. Vandaaruit is de consumptiemaatschappij ontstaan, waarin het hebben van de nieuwste smartphone voor velen medebepalend is voor geluk. De industrie heeft met deze ontwikkeling dus de ‘eigen mening’ en ‘eigen wil’ van de mens helpen vormen. Tegenwoordig worden kinderen al van vroeg af aan gevormd door het aanbod aan kindervarianten van telefoons, tablets en andere ‘grote mensen-producten’.Het verschil tussen wel en niet vrij zijn in deze maatschappij zit hem ten eerste in het bewustzijn van onze afhankelijkheid. De toenemende digitalisering zorgt dat niemand hieraan ontkomt. En ten tweede in hoe je hier mee omgaat. De grote verscheidenheid aan merken in vrijwel elke branche zorgt voor vrijheid. Door niet altijd blind te kiezen voor hetzelfde merk (Apple) maar eerst de kwaliteit van een product te overwegen kan je je vrijheid behouden. Doordat mensen ook voor andere merken dan één enkele kiezen voorkomt dat in ieder geval het verlies van keuzevrijheid.
    Als je Leila Greens stelling volgt over het doel van techniek een sociale behoefte te bedienen, moet je dan niet sowieso concluderen dat technologie een machtsmiddel is?

  4. Jonne-Marie on 09/10/2012 at 19:54

    Je brengt een interessante kijk op de manier waarop technologie in de tegenwoordige tijd invloed uitoefent op het dagelijks leven van de gebruiker. Je maakt goed gebruik van aanvullende literatuur, en hebt een duidelijke argumentatie.
    Wel denk ik dat je het gebruik van technologie meer in de hand hebt dan je in je artikel naar voren laat komen. De reden dat mensen gebruik maken van een telefoon, Facebook en andere media, is omdat ze continu beschikbaar zijn. Dit betekent echter niet dat gebruikers er ook continu gebruik van (moeten) maken. Het feit dat Facebook advertenties inzet heeft naar mijn inziens weinig te maken met de behoefte van gebruikers om ook daadwerkelijk gebruik te maken van Facebook. Ook is men nog altijd zelf in staat om bepaalde media aan te schaffen.

    Persoonlijk zie ik alleen de voordelen in van de aanwezigheid van technologie, bijvoorbeeld wanneer het gaat om thuis werken. Er is wel sprake van technologisch determinisme, maar in hoeverre is dit echt een negatieve tendens?

  5. Eline on 09/10/2012 at 23:16

    Shika, Ik ben het helemaal met je eens dat de maatschappij de macht van de technologie gebruikt. Maar ik denk dat de technologie vervolgens ook de samenleving vormt. Ik heb daarbij verder geen waarde oordeel over of dat negatief dan wel positief is, Jonne-Marie. Ik denk dat er inderdaad veel positieve aspecten aan de continue aanwezigheid van technologie zitten, zoals in het krantenartikel bijvoorbeeld het nieuwe werken wordt genoemd. Dus ik ben het met je eens Jonne-Marie, er is sprake van technologisch determinisme (wellicht iets gematigder dan wat de auteurs beschrijven) maar hieraan zitten vele positieve kenmerken.

  6. Pieter Slierings on 10/10/2012 at 08:24

    Ik ben het geheel met Eline eens dat technologie de samenleving vormt. Dat er uiteraard een wisselwerking plaatsvindt tussen die twee dat lijkt me evident, maar technologie is zeker van invloed op hoe wij sociale interactie met elkaar hebben. Het voorbeeld dat men de telefoon uit kan zetten om weer te weten hoe het is om bereikbaar (of niet bereikbaar) te zijn, is natuurlijk heel makkelijk om te zeggen, maar niet geheel realistisch. Niet alleen als individu ga je mee in de technologie, door bijvoorbeeld wel in staat te zijn om via het internet te smsen of te bellen (whatsapp/ping en skype), maar als je dit niet doet, dan val je buiten het netwerk van mensen die hier wel beschikking over hebben. Het heeft dus wel degelijk invloed op de manier hoe het ons als maatschappij vormt.
    Tot slot wil ik je vertellen dat het stuk bijzonder fijn geschreven is, waar je de theorie die je gebruikt goed onderbouwd is. Het artikel heeft een hoog niveau, waarvoor ik je complimenten wil geven. Je zou hooguit al wat eerder je mening kunnen ventileren, in plaats van in de laatste alinea drie zinnen met hoe jij de situatie ziet. Wellicht zou dat nog aangenamer lezen?

Trackbacks

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags