De digitale speurhonden

AVG_6874
Creative Commons License photo credit: AVG Technologies

Ook de politie ‘neust’ op Twitter, zo meldt het Parool van donderdag 13 oktober. Politie en justitie zetten de sociale netwerken van Twitter en Facebook steeds intensiever in bij het opsporen van misdaden. Zo gaat het om het oplossen van reeds gepleegde misdaden, maar ook om op de hoogte te blijven van wat er gaande is bij opstandige groeperingen. Twitter en Facebook lijken de politie van betrouwbare ‘inside information’ te voorzien.

“Criminelen gebruiken sociale media, dus dat doen wij ook”, aldus de Amsterdamse hoofdofficier van justitie, Theo Hofstee. Zo is er een heuse cybercrime-officier van justitie aangesteld die zich volledig richt op het opsporen van criminaliteit in de digitale wereld. Twitter wordt hierbij gezien als een waarheidsgetrouw beeld van wat er speelt. Dezer wijze komt de politie sneller, maar ook voortijdig aan haar informatie. Probleemgroepen worden in de gaten gehouden en geplande rellen kunnen zo worden voorkomen.
Het lijkt erop dat de politie steeds meer gebruik maakt van de afnemende anonimiteit op sociale netwerken en daarmee de traceerbaarheid van de gebruikers. Zo vertelt Hofstee dat veel criminelen nog altijd geregeld allerlei informatie uitwisselen via sociale netwerken, in de veronderstelling daar niet gevolgd te worden. Dit is vooral tegenstrijdig wanneer dezelfde criminelen juist niet deze informatie via de telefoon uitwisselen omdat zij bang zijn om afgeluisterd te worden. In feite hebben we nu te maken met het afluisteren 2.0 en gek genoeg lijkt dat niet iets waarvoor mensen op de hoede zijn.
Het privacybeleid op de verschillende sociale netwerken wekt veel ergernis op. De instellingen maken niet duidelijk welke informatie openbaar is en welke alleen voor ‘vrienden’. Zo is er ook weinig duidelijkheid over welke informatie op kan worden gevraagd door justitie. De ondoorzichtigheid met betrekking tot wat er met welke informatie gebeurt herinnert ons aan het oude gevangenismodel van Jeremy Bentham, het panopticon. De cellen van deze gevangenis bevinden zich in een ringvormig gebouw, met een glazen raam als muur aan de voor- en achterkant. In het midden van het ringvormige gebouw staat een hoge toren waarin de bewakers verblijven. De ramen van de toren zijn alleen van binnen naar buiten uit doorzichtig, wat als effect heeft dat de bewakers continu alle gevangenen kunnen zien, maar de gevangenen weten niet wanneer de bewakers in de toren aanwezig zijn.
De franse filosoof Michel Foucault beschrijft in zijn boek Discipline and Punish hoe dit model interne discipline bij de gevangenen afdwingt. De ondoorzichtigheid van de controle, het ongelijke blikveld van de bewaker en de gevangene, heeft een continue machtsuitoefening als gevolg. Gevangenen weten niet wanneer zij gecontroleerd worden, waardoor zij zichzelf afdwingen om zich te gedragen. Foucault stelt dat zijn ‘panoptisme’ de ideale vorm van machtsuitoefening is, de macht vestigt zich in de structuur van het systeem, niet in de bewaker1.

Er lijkt nu dus ook sprake te zijn van het door Foucault omschreven ongelijke blikveld op sociale netwerken. Dit gaat echter gepaard met de veronderstelling dat deze netwerken anoniem of privé zijn. Steeds meer gaat het er op lijken dat de desbetreffende sociale netwerken van privé naar openbaar gaan. De politie neemt hierbij de rol van de onzichtbare machtsfactor aan.

In tegenstelling tot bij Foucaults panoptisme is de crimineel zich niet bewust van deze observatie, omdat deze niet direct duidelijk is. Het gevolg hiervan lijkt voor de politie erg positief. De onwetendheid van criminelen die zich online in sociale netwerken bevinden levert voor de politie een hoop ‘inside information’ op. Welke evenementen staan er op de agenda, waar heeft hij of zij zonet ingechekt en “what’s happening?”.
Dergelijke ‘bewijsstukken’ zouden bij moeten dragen aan het verminderen van de ordeverstoring. De politie ziet Twitter en Facebook dus als waardige bron van informatie. Het geeft een accuraat beeld van wat er speelt en met een beetje geluk, goed zoeken en de hele dag browsen ben je rebellerende groeperingen voor en spoor je misdadigers op. Als crimineel kun je maar beter naast je telefoon, ook je internet niet gebruiken. Zelfs daar ben je te vinden onder de wakende ogen van de cybercrime-officier van justitie. Je zou denken dat dit niet heel verassend is. Blijkbaar heerst er dusdanige onduidelijkheid over privacysettings dat in tegenstelling tot het niet weten wanneer we bekeken worden, gebruikers van sociale netwerken niet eens weten of ze überhaupt bekeken kunnen worden.

  1.  Foucault, Michel. Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis. Vertaling van Surveiller et punir (1975). Groningen: Historische Uitgeverij, 2007: p. 270-313 []
Dit artikel is geschreven door op Tuesday, October 18th, 2011 en is terug te vinden onder Het Parool, Metareports. Het artikel is getagged met , , , , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

One Response to “De digitale speurhonden”

  1. Lao366@gmail.com on September 26th, 2012 at 06:47

    I truly appreciate this post. I have been looking everywhere for this! Thank goodness I found it on Google. You have made my day! Thx again…

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags