Platformonafhankelijkheid
De Telegraaf berichtte ons afgelopen zaterdag dat Nokia zich mengt in het gevecht van de digitale muziekdiensten. Ovi Music wordt Nokia’s variant van Apple’s iTunes Store. Apple bezit momenteel het grootste marktaandeel, maar wordt achterna gezeten door online streamingdiensten als Spotify die luisteraars onbeperkt muziek aanbieden voor een vast bedrag per maand.
De reden van Apple’s voorsprong is wellicht voor een groot deel te wijten aan de populariteit van de iPod en iPhone. Muziek gekocht via de iTunes Store is alleen te beluisteren via het muziekplatform van Apple. Of kort gezegd: Muziek wordt per nummer gekocht via de iTunes store en is na het downloaden te beluisteren via iTunes, iPod of iPhone.
Muziekdienst Spotify baseert haar verdienmodel niet op de eenmalige aanschaf van nummers. Zij bieden het onbeperkt luisteren van muziek, gekoppeld aan een abonnementsvorm. Spotify breekt niet alleen met het principe van betalen en downloaden per nummer, ze breken met het gehele principe van downloaden. Muziek wordt via internet gestreamd vanaf de server van Spotify. Dit houdt in dat de luisteraar de rechten van muziek niet zelf bezit. Spotify laat de muziek als het ware luisteren. Spotify verkoopt in tegenstelling tot Apple geen eigen muziekspelers. Maar stemt de dienst af op bestaande platformen, zoals computer of mobiel.
Nokia gooit het met online muziekwinkel Ovi Music over een andere boeg dan Apple of Spotify. Hoewel de roots van het bedrijf liggen in het produceren van mobiele telefoons, is muziek van Ovi Music op elk platform te beluisteren. Aangeschafte nummers zijn na te downloaden in standaard MP3 vorm, en daardoor zijn de liedjes vrijelijk te kopiëren.
Zowel Nokia, iTunes als Spotify zitten met het volgende vraagstuk. Media overlapt elkaar op veel vlakken. Via welk medium brengen wij onze content bij de gebruiker? Lev Manovich stelt het volgende:
In the second part of the 1990s, moving-image culture went through a fundamental transformation. Previously separate media—live-action cinematography, graphics, still photography, animation, 3D computer animation, and typography—started to be combined in numerous ways. By the end of the decade, the “pure” moving-image media became an exception and hybrid media became the norm. (Manovich, 2007)
Wat Manovich beweert over moving-image media, kan ook gezegd worden over audio. Computers, laptops, smartphones, mp3 spelers zijn elk een onafhankelijk medium, maar ook elk even capabel om muziek af te spelen. Sterker nog, elk van bovengenoemde types wordt ook gebruikt om muziek te luisteren. De gebruiker heeft geen duidelijke voorkeur naar een medium om in muziek te voorzien.
Online muziekdiensten zoals die van Nokia spelen hier op in door hun diensten juist onafhankelijk te maken van deze mediaspelers. Diensten werken op meerdere, zo niet alle mediaspelers. Dit streven naar platformonafhankelijkheid vind niet alleen plaats bij muziek. Het is te vinden in elk soort medium, van krant tot televisie. Diensten als Spotify hebben wellicht een stap vooruit gemaakt door het internet te nemen als gemene deler tussen de verschillende media devices.
Bronnen:
Manovich, 2007


Leave a Reply