De vermeende neutraliteit van het Algemeen Dagblad

Abstract
In het redactiestatuut van het Algemeen Dagblad wordt gesteld dat de krant naar een zo groot mogelijke neutraliteit streeft. Een kwantitatieve analyse gericht op de tagclouds en bron van publicatie en een kwalitatieve verdieping van de onderwerpen Twitter en Google tonen aan dat het AD inderdaad zijn neutraliteit weet te waarborgen.

Metareporter, een nieuwe manier van onderzoek
Naast de expansie van data in het digitale domein, heeft er zich de afgelopen jaren een tendens voltrokken in de richting van grootschalige digitalisering. De overheveling van culturele content uit de echte wereld naar het internet maakt volgens Lev Manovich een nieuwe onderzoeksmethode mogelijk. Het door hem als ‘cultural analytics’ gedoopte geesteskind beoogt computationele analyse op grote schaal en een interactieve visualisatie van de tot stand gekomen patronen. De hedendaagse Hercules staat in deze taak echter niet alleen, want dankzij exuberante software-ontwikkeling is het voor een groot aantal producers (zij het professional, ProAm of louter amateur) mogelijk gemaakt een enorme hoeveelheid content te publiceren in de globale media cloud.

Metareporter sluit zich in zekere zin bij de ‘cultural analytics’ aan, zij het op kleinere schaal. De ten doel gestelde overschakeling van twaalf kranten over een periode van drie maanden is zeker niet gespeend van enige ambitie – het eindresultaat van 2613 artikels spreekt boekdelen. Naast de vrij grote dataset wendt Metareporter zich tevens tot het tweede aspect van de methode van Manovich, de visualisatie. Het verschil met vroegere visualisatie is dat ‘previously, people used photography, film and video to represent the world. Now they can represent the world through sets of data and patterns in the data. Visualisation is a new kind of aesthetic. It is intricate, connected but offers an incredible density of data’ (Manovich 2009). De pragmatische inzichtelijkheid van de patronen biedt de mogelijkheid om nieuwe perspectieven te creëeren, die voorheen niet mogelijk waren.

De inzichtelijkheid komt tot stand in de tagclouds, die slechts mogelijk is op grond van de veelheid aan toegekende tags. Enerzijds valt deze handelingswijze te classificeren als folksonomy, omdat wij de inhoud van de artikels feitelijk optimaliseren, er in sommige gevallen een ambiguïteit is ten opzichte van het gebruik van bepaalde tags en we de tags toekennen vanuit een onbepaald framework. Daarentegen is de database gebaseerd op twaalf nationale kranten, is het onderzoeksdomein afgebakend (nieuwe media) en wordt de invulling aan de tags gegeven door nieuwe media-experts (Weltevrede sheets 2009).

Een laatste aspect waarin Metareporter afwijkt van vroegere onderzoeksmethodiek is de inbedding in de blogosfeer. Opererend binnen het format van de blog, dat wil zeggen als vrij toegankelijke database en open omgeving, gebaseerd op de unit van de afgebakende post waarbij de focus ligt op continue updates en links (Helmond sheets 2009). Daarnaast zijn de conversationele kwaliteiten van Metareporter ook belangrijk, enerzijds als mogelijkheid in de commentbox alswel de interconnectie met de overkoepelende blogosfeer – in de vorm van Twitter. Hoewel het verdere debat in de praktijk veelal uitbleef en de postings vrijwel eenrichtingsverkeer waren, is het concept van Metareporter als uitdrukking van academische publicaties uniek.

Het Algemeen Dagblad – de vermeende neutraliteit
De vier voornoemde aspecten vinden hun weerklank in het onderhavige onderzoek, dat zich op een van de twaalf kranten zal richten, namelijk het Algemeen Dagblad. De op een na grootste betaalde krant van Nederland komt voort uit een op 1 september 2005 geinitieerde fusie tussen zeven regionale dagbladen. Deze vergaarbak van journalistieke praktijken beoogt volgens zijn redactiestatuut als beginsel: ‘Het Algemeen Dagblad heeft geen binding met enige politieke partij, enig kerkgenootschap of enige belangengroepering. Het wordt in kritische geest geredigeerd vanuit de beginselen die ten grondslag liggen aan de vrije parlementaire democratie.’ Daarop voortbouwend neemt ze zich voor ‘integer en zo objectief, bevattelijk en veelzijdig mogelijk de feiten en de maatschappelijke ontwikkelingen weer [te geven] en scheidt zo duidelijk mogelijk nieuws van commentaar’ en wordt het journalistieke beroep uitgeoefend ‘zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie ook, noch van buitenaf, noch van binnenuit.’ Een dergelijk streven naar integriteit, objectiviteit en onafhankelijkheid mag geen verbazing wekken, zeker als we de Code voor de Journalistiek in ogenschouw nemen. Deze heeft als vier speerpunten waarheidsgetrouwheid (streven naar objectiviteit, toetsing van de waarneming en een helder onderscheid tussen feit en mening); onafhankelijkheid (vermijden van positiemisbruik en belangenverstrengeling, rekenschap geven van gedane uitspraken); fairness (bescherming van bronnen, zoektocht naar hoor en wederhoor) en het open vizier (identiteitsbehoud, verantwoordelijkheid). Ondanks het onderschrijven van deze – binnen een democratische samenleving – volkomen noodzakelijke richtlijnen is berichtgeving in de praktijk nogal eens ideologisch gekleurd. Politieke of religieuze geladenheid van verslaggeving krijgt bijvoorbeeld zijn uitdrukking in het redactiestatuut van de Trouw, dat bepaald wordt ‘door het streven de samenleving, nationaal en internationaal, journalistiek te benaderen vanuit de overtuiging dat deze fundamentele kritiek behoeft, in zoverre ze de verwerkelijking belemmert van de oproep van de Bijbel tot gerechtigheid, vrede, vrijheid en naastenliefde’. Naast deze christelijke signatuur is een andere benadering ook mogelijk. Zo verlangt de Volkskrant er naar ‘vooruitstrevend [te] zijn en vooral op [te] komen voor verdrukten en ontrechten. Zij is zelfstandig in haar meningsvorming. In het bijzonder beoogt zij ontwikkelingen te bevorderen die een belofte inhouden voor een menswaardiger samenleving.’ De historische verwantschap met de katholieke arbeidersbeweging is overduidelijk.

Kortom, het Algemeen Dagblad wenst zich als een van de weinige spelers in het medialandschap te onttrekken aan de ideologische geladenheid en streeft als zodanig volledige neutraliteit na. Het probleem dient zich meteen aan, in hoeverre wordt deze neutraliteit daadwerkelijk gewaarborgd? Zal het AD zijn onafhankelijke insteek behouden of zit er toch een impliciete vooringenomenheid verborgen in de berichtgeving?

Opzet
De beantwoording van deze onderzoeksvraag zal ik zowel via een kwantitatieve alswel kwalitatieve weg bepalen. De gerichtheid ligt hierbij op de nieuwe media: vanzelfsprekend is de dataset begrensd door onderwerpen die in dit verder nogal ambigue domein vallen, maar er is een andere reden waarom de keuze voor nieuwe media binnen het kader interessant is. De aanvang van nieuwe technologiëen roept al snel een veelheid aan stemmen op, discoursen die ofwel vertrekken vanuit morele bezorgdheid – de teloorgang van de jeugd als gevolg van videogames -, een dystopische maatschappijvisie – de corporatistische almacht in cyberpunkliteratuur en algehele angst voor een toenemende surveillance – of de focus op het virtuele als een domein van hype in extremis – de opvatting van cyberspace mid-jaren negentig. Als het AD zich al meer ophoudt aan de kant van meningen in plaats van feiten, moet de nieuwe media het gebied pur sang hiervoor zijn.

Allereerst maak ik een kwantitatieve vergelijking tussen de algehele tagcloud (de 12 kranten) en die van het AD. Daarnaast wil ik een blik werpen op de journalistieke input: worden de artikels lukraak overgenomen van het ANP of brengen de journalisten een eigen ‘interpretatie’ tot stand? Na het schetsen van deze voorbereidende horizon ga ik dieper in op twee onderwerpen, te weten Twitter en Google. Middels een kwalitatieve analyse – met in het achterhoofd het reeds eerder geschetste kader – onderzoek ik de verschillende artikels waaraan de twee verschillende tags zijn toegekend. Na het belichten van de thematische structuren is het mogelijk een antwoord te geven op de vraag naar de neutraliteit van het AD.

Analyse 1: tagclouds en nieuwsbronnen
Zoals reeds gesteld, behoort het AD met een oplage van 463.764 en een geschat aantal lezers van anderhalf miljoen tot een van de grootste spelers in het Nederlandse medialandschap. De alomtegenwoordigheid van nieuwe media (ubiquitous computing) leidt logischerwijs tot een sterke vertaling ervan in de krant. Van de 2613 op Metareporter gepubliceerde artikels (inclusief de door studenten geschreven Metareports) prijkt het AD op een statige tweede plek: met 329 artikels (12.6%) ligt alleen de Telegraaf (342 stuks, waarvan 20 voortkomend uit een eenmalig mobiele telefonie-katern) voorop. Daarnaast bezit ze over een fikse redactie Digitaal en schenkt ze aandacht aan een website met het stabiel up-to-date houden van artikels. In figuur 1.1 is de tagcloud van alle op Metareporter geanalyseerde kranten te zien en daaropvolgend (figuur 1.2) de afzonderlijke tagcloud voor het AD. Al te generieke termen zoals ‘internet’ en ‘website’ zijn buiten beschouwing gelaten, omdat ze al te zeer een tautologische relatie uitdrukken.

eindan1_tagalg_fig1

eindan1_tagad_fig2

Figuur 1.1 & 1.2.

Op het eerste gezicht vindt er uitermate veel overlap plaats tussen de onderwerpen van de overkoepelende database en het AD. In het algemeen wordt er het meest aandacht geschonken aan ‘game’ (145), ‘Google’ (115), ‘privacy’ (104), ‘Twitter’ (94) en ‘mobiele telefonie’ (89). In het geval van het AD hebben ‘Twitter’ (15), ‘game’ (14), ‘YouTube’ (14), ‘Google’ (12) en ‘Microsoft’ (11) het meeste prioriteit. Dat beide figuren veelal overeenkomen mag geen verbazing wekken: naast de generieke aard van de termen (waaronder ‘game’ en ‘mobiele telefonie’) draait het vanzelfsprekend om zaken die veel in het nieuws zijn. Ondanks het razendsnel veranderende nieuwe media-landschap is er over de periode september tot en met november een sterke historische continuïteit tussen het Metareporter-seizoen van 2008 en dat van dit jaar waar te nemen, zoals figuur 1.3 treffend laat zien.

eindan1_tag2008_fig3

Figuur 1.3.

Zoals verwacht toont een vergelijking tussen figuur 1.2 en 1.3 aan dat er thematisch nog een grote overlap tussen beide jaren is. De grote marktspelers (Google/Youtube en Microsoft) en meer algemene nieuwe media (mobiele telefonie en games) nemen in beide tagclouds een grote plaats in. In 2008 lijkt de focus meer te liggen op de ‘Digidokter’ en de ‘Wii’ (afwezige termen in 2009); omgekeerd zijn dit jaar vooral de kwestie rondom ‘Buma/Stemra’ en berichtgeving over ’social network sites’ spraakmakend. De opkomst van de tag ‘Twitter’ is hierbij de belangrijkste uitspringer. Een dergelijke overlap tussen de twee jaren leidt niet bepaald tot verbazing als we de hegemonische positie van grote bedrijven en de steeds diepere verworteling van bepaalde nieuwe media in de maatschappij in ogenschouw nemen.

Verschuiven we onze blik naar de oorsprong van de bronnen, dan springt een volgend element in het oog, de grote afhankelijkheid van persbureau’s – en dus de afwezigheid van eigen interpretatie. Figuur 1.4 (visualisatie van de auteur van publicatie) is dan ook veelzeggend.

De pie chart toont aan dat het merendeel van de gepubliceerde artikelen door onbekende auteurs en ANP wordt gedaan –  hierbij de afhankelijkheid van persbureau’s implicerend. Daarnaast zijn er weinig journalisten die gericht over nieuwe media schrijven. Victor Schildkamp springt er met 7 artikels slechts minuscuul bovenuit, maar daar staat tegenover dat hij in de benadering van Twitter en Google slechts met een artikel terug te vinden is. Hoogstwaarschijnlijk ligt zijn expertise daarom niet in het domein van nieuwe media. De rest is een veelvoud aan journalisten die in een of twee artikels over nieuwe media-gerelateerde zaken heeft bericht.

Afbeelding 5

Figuur 1.4.

Als explicatie van de hierboven geschetste voorbereidende horizon kan voorzichtig aangestipt worden dat het Algemeen Dagblad inderdaad doet wat zijn naam beoogt: het biedt algemene informatie over het actuele nieuws omtrent nieuwe media en beroept zich hierbij veelal op externe nieuwsbronnen. Ook in het licht van de tijd, dat wil zeggen een vergelijking met vorig jaar, is er sprake van continuïteit. Alleen de voorgaande kwantitatieve bepalingen zijn niet afdoende: er dient zich tevens de noodzaak van een kwalitatieve analyse aan. Door afzonderlijke artikels over twee radicaal verschillende onderwerpen te bestuderen in hun verschillende structuurelementen kan ik een betekenisvolle invulling geven aan de inhoud ervan.

Analyse 2.1 – Twitter
Van de 328 gepubliceerde artikels worden er 14 artikels (4.3%) aan de real-time microblog gewijd. Afgezien van een generieke term als ‘website’ (25 tags) is ze hiermee samen met ‘YouTube’ (15) koploper in de nieuwe media-berichtgeving. Welhaast vanzelfsprekend is het AD niet de enige met de opgekomen belangstelling, want geheel in lijn der verwachting levert de algehele dataset van Metareporter 91 artikels op ten opzichte van het totaal van 2575 (3.5%). Wederom geldt, naast de generieke termen als ‘internet’ (153), ‘game’ (143) en ‘website’ (140) wordt Twitter slechts overschaduwd door de hegemonie van ‘Google’ (113) en – met de surveillance als onderliggend symptoom – ‘privacy’ (103). Ter vergelijking, in 2008 kwamen in de 27 gebruikte kranten slechts 10 Twitter-artikels aan bod. Nog rigoreuzer, van de 191 verschillende soorten tags in het AD van 2008 werd er geen enkele keer melding van de site gemaakt.

Het lijkt schrijnend dat het in maart 2006 geinitieerde platform nog geen jaar geleden de grote afwezige in de publicaties was. Toch is dit niet geheel een verwonderlijke ontwikkeling te noemen. Zoals het geval bij vele technologische innovaties volgt de aanname en het effectieve gebruik ervan een vrij voorspelbare curve. De early adopters zagen reeds lang de merites van Twitter in, terwijl de grote meerderheid het platform vooral afdeed met inmiddels tot cliché verworden uitingen als ‘140 karakters, dat is toch de oppervlakkigheid zelve!’ of ‘wat nou real-time? Dat was IRC eind jaren negentig ook al!’ of ‘wat kan mij het bommen dat de piepers van buurvrouw Rien gistermiddag gesneden zijn!’. Een vergrote focus op de voordelen van het real-time web (zoals compact beschreven in The Real-Time Web: a Primer) en – zeker niet onbelangrijk – het gebruik door beroemdheden (van Oprah tot David Lynch en van Paul de Leeuw tot Stephen Fry) hebben een verbazingwekkende omkering in gang gezet. Kortom, Twitter is een belangrijk onderwerp om bloot te stellen aan een kwalitatieve analyse.

Hieronder volgt de formele aanduiding van de onderwerpen met tussen haakjes de datum van publicatie. Veel van de artikels zijn op de site van het AD te vinden: als dit het geval is, heb ik er voor de volledigheid nog een extra verwijzing bij gezet.

1) PvdA snoert Tang de mond (15 september), 2) NBA verbiedt Twitteren in de rust (1 oktober), 3) Nep-Aboutaleb waart rond op Twitter (4 oktober), 4) Jochem Myjer weer vader (9 oktober), 5) 3 vragen aan… (9 oktober), 6) Elizabeth Taylor blij met haar ‘nieuwe rikketik’ (10 oktober), 7) Twitteraar schrikt zich rot dat zijn voorspelling uitkomt (13 oktober), 8 ) Psst, wat doe jij zoal op een social network site? (22 oktober, Metareport), 9) Twitter en netwerksite LinkedIn zijn nu vrienden (11 november), 10) Provincie twittert om inwoners te bereiken (13 november), 11) Twitter krijgt eigen magazine (17 november), 12) Twitteren is met afstand het woord van het jaar (24 november), 13) ‘Twitteren’ ook valkuil van het jaar (25 november) en 14) Twitteren tegen de files (27 november).

De eerste observatie is dat de berichtgeving periodiek plaatsvindt, maar dat er tussen 13 oktober en 11 november een onverklaarbaar, gapend gat is waarin het getjilp nergens meer weerklinkt. Ofwel de berichtgeving is door een of meerdere Metareporters in deze periode niet goed bijgehouden ofwel heeft het medium voor de krant geen aanleiding gegeven om er over te publiceren: de waarheid is haast niet te achterhalen. Een tweede vaststelling is dat vrijwel elk artikel het onderwerp helder en duidelijk aanduidt – les één voor de journalist in spe. De onduidelijke titels (1, 4, 5 en 6) gaan over respectievelijk een tweet van CDA-kamerlid Sterk op haar Twitterpagina, een tweet van cabaretier Mijer over de zwangerschap van zijn vrouw, de aankoop van een straatnaam verbonden aan Twitter en een tweet van Elizabeth Taylor over het verloop van haar ziekenhuisbezoek. Tot slot onthullen de diverse titels geen specifieke waardeoordelen ten opzichte van Twitter en draait het op het eerste gezicht om objectieve verslaglegging. Het qua titel wat ambigue ‘Twitteren ook valkuil van het jaar’ geeft vijf tips voor veilig Twitter-gebruik, maar lijkt slechts uit te drukken wat de beveilingsspecialist Trend Micro voor ogen heeft. Het AD zelf lijkt dus geen positie te kiezen in deze kwestie. Het feit dat er voor vijf technische tips wordt gekozen die het Twitterbestaan draaglijker en veiliger maken, lijkt te impliceren dat de selectie van dit nieuwsartikel niet is gekozen vanuit een morele bezorgdheid.

Kijken we naar de auteurs van de artikels, dan valt iets op dat we reeds af hadden kunnen leiden uit het voorgaande: het merendeel van de publicaties komt tot stand als gevolg van ANP-berichten. Het kader ‘auteur onbekend’ blijkt in alle gevallen een alternatieve duiding te zijn voor een overgenomen persbureaubericht. De verdeling is als volgt: ANP (2), auteur onbekend (6) en de individuele auteurs met elk een publicatie Vincent Bijlo, Judith Boer, Victor Schildkamp, Eric van der Velden en Axel Veldhuijsen. Deze tendens in de richting van het neutrale wordt voortgezet wanneer de individuele auteurs worden bekeken. Het korte artikel van Judith Boer (artikel 14) geeft te kennen dat minister Eurlings Twitter inzet om files te bestrijden. Een verder oordeel hieromtrent blijft achterwege. De column van Vincent Bijlo (artikel 12) drukt, inherent aan het format waarin hij schrijft, een eigen mening uit. Victor Schildkamp (artikel 7) beschrijft een human interest-artikel met een knipoog over een man, die de dag voor het faillisement van de DSB-bank een tweet daarover neerpende. Eric van der Velden (artikel 5) heeft een interview met Arjan el Fassed, die zijn straat aan een twitternaam verbond. De beschreven uitspraken behoren toe aan de laatstgenoemde. Het bericht van Veldhuijsen (artikel 1) over de gelekte vertrouwelijke begrotingsstukken door kamerlid Paul Tang en de reactie die dat teweeg bracht op Twitter, is volledig een objectieve weergave van feiten. Quotes uit interviews, de beschrijving van de plaatsgevonden gebeurtenissen en de huidige stand van zaken is alles wat wordt neergezet. De vijf genoemde auteurs nemen kortom een neutrale positie in, zonder een achterliggende houding ten opzichte van de microblog tentoon te spreiden.

Analyse 2.2 – Google
De koploper qua zoekmachines, de nieuwe hoeder van het literaire erfgoed in de vorm van Google Books, de premediator van ziektes in Google Flu Trends en het alwetende oog van de wereld middels Google Earth: de hegemonie van Google lijkt vrijwel onbegrensd. Het proces is van dien aard dat men zelfs spreekt over een grootschalige Googlization, ‘the growing “creep” of the media company’s search technologies and aesthetics into more and more Web applications and contexts, not to mention tradition-rich institutions such as the library’ (Rogers 2009: p. 1). De almacht reikt zo ver dat andere bedrijven dezelfde principes overnemen, niet alleen wat betreft de indexering van informatie maar ook in het design waarin deze informatie gepresenteerd wordt. De homogenisering manifesteert zich ook in de benadering van de consument: de query-resultaten zijn afgestemd op het persoonlijk profiel van de user. Informatie uit diverse bronnen zijn samengebald tot een versplinterde identiteit van de gebruiker, maar het is wel een dusdanig coherente identiteit dat ze succesvol door adverteerders benaderd kan worden. Dit service-for-profile-model roept een hoop vragen op over de bescherming van de belangen van de consument. Een verwachting is dan ook, dat er naast alle loftuitingen over Google als bedrijf een discours in de pers zou kunnen ontstaan dat dergelijke Googlization-ontwikkelingen aan de kaak stelt, of op zijn minst ondervraagt.

Dat er aan Google (10 tags) in de krant zoveel aandacht wordt geschonken, mag gegeven de bovenstaande ontwikkeling ook zeker geen verbazing wekken. Hieronder zijn de twaalf artikels te zien met wederom daarachter de oorspronkelijke datum van publicatie.

1) Google komt Europa tegemoet (8 september), 2) Coca Cola nog steeds het sterkste merk ter wereld (20 september), 3) Google lanceert nieuw gratis vertaalprogramma (1 oktober), 4) Google betaalde miljard ‘te veel’ voor YouTube (7 oktober),  5) Strijd tussen Google en Microsoft verhevigt (23 oktober), 6) Google valt TomTom aan (29 oktober), 7) TomTom is nog een beetje de weg kwijt (4 november), 8 ) Bouwvakkersdecolleté en ufo op Google Street View (11 november), 9) Iedereen in de wolken (21 november) en 10) Michèle Obama als aap (25 november).

Net als bij Twitter valt de droge – en objectieve – beschrijving van de artikels op, die meteen aanduiden waar het exact om gaat. Alleen het eerste, zevende, achtste en tiende artikel geven mogelijk aanleiding tot verwarring: nummer een gaat om door Google gedane concessies om ook van de Europese uitgevers steun te krijgen voor het boekenproject; het artikel over TomTom duidt de penibele situatie van het bedrijf aan als gevolg van een gratis navigatiesysteem dat door Google is ontwikkeld; het achtste artikel betreft een verwijzing naar een site waar verbluffende Google Street View-beelden te zien zijn en het laatste artikel gaat ten slotte over een hevig gephotoshopte verminking van de beeltenis van Michele Obama en in hoeverre dit wordt getolereerd in de query results van Google.

De cijfers spreken boekdelen – het merendeel van de berichten over zowel Twitter als Google betrof het overnemen van persberichten: presentatie van feiten zonder toekenning van eigen interpretatie in de vorm van verdere contextualisering, historisering of morele oordeelsvorming over de nieuwe media-ontwikkelingen. Zo geven bovenstaande artikels de volgende auteursverdeling prijs: ANP (1), auteur onbekend (6), (POT) (1), Suzanne Docter (1) en Peter Otte (1). Suzanne Docter (artikel 8 ) plaatst een beschrijving van de mogelijkheden die Google Street View biedt, namelijk het traceren van onalledaagse, absurdistische gebeurtenissen. Peter Otte tenslotte is de eerste die een kritische toon aanneemt en hij benadrukt de dreiging voor Microsoft wanneer Google met Chrome OS tevoorschijn komt. Zo stelt hij ‘het nieuwe gratis besturingssysteem Chrome OS maakt het voor de consument wel erg aantrekkelijk om allerlei diensten voor nop uit de lucht te plukken en op te slaan.’ De gratis consumptie is voordelig voor de consument, maar sterk nadelig voor de concurrent. De vraag is alleen of Otte zelf stelling inneemt in deze kwestie, of dat hij slechts de noodzakelijke consequenties ervan aanduidt.

Conclusie
Al bij het verloop van de eerste kwantitatieve analyse verliep het onderzoek in de richting van een bevestiging van het redactiestatuut. De overlap tussen de onderwerpen van het AD en de algehele dataset (van alle kranten) impliceerde een veralgemeniseerde overeenstemming. De verbazing is in deze niet groot: zaken van enige importantie (zoals de ontwikkeling van Google en de praktijk van Twitter) hebben nu eenmaal veel nieuwswaarde. Het algemene karakter van de krant werd daarnaast versterkt toen aan het licht kwam dat het merendeel van de artikels werd overgenomen van het ANP en dat er niet een-twee-drie een gespecialiseerde Nieuwe Media-redactie kon worden getraceerd. De grote hoeveelheid ANP-berichten in de bestudering van Twitter en Google bevestigen dit beeld. Ook kwam aan het licht dat er een evenwichtige historische continuïteit tussen jaargang 2008 en 2009 te vinden was. Bij de kwalitatieve analyse, toegespitst op Twitter en Google, werd deze bevestigende lijn doorgetrokken. Na een korte beschrijving van beide onderwerpen werd de structuur van de verschillende artikels nauw onder de loep genomen en werd duidelijk dat er ofwel sprake was een overname van persbureauberichten ofwel een objectieve weergave van een stand van zaken in de werkelijkheid ten opzichte van nieuwe media. Kortom, met enige voorzichtigheid kan worden geconcludeerd dat het Algemeen Dagblad zich aan zijn eigen beginselen houdt: het AD is neutraal!

Reflectie
In het voorgaande sloot ik af met een vrij positieve concluderende vaststelling. De toevoeging van ‘met enige voorzichtigheid’ is in het kader van dit onderzoek echter essentieel. Bij aanvang benadrukte ik vier punten die het achterliggende framework vormgeven. Het digitaliseren van een grote set aan data, het visueel inzichtelijk maken hiervan, het principe van tagging en de inbedding in het blogformat vergemakkelijken de operationalisering van de voorgaande onderzoeksvraag ten zeerste. Een toegang tot een grote dataset tot ver terug in de tijd, die daarenboven voor een ieder even zo snel te controleren is en de snelle inzichtelijkheid van de tagcloud, geven kleur aan dit onderzoek. Desalniettemin zijn er nog een aantal tekortkomingen aanwezig. Ondanks dat Metareporter beschikt over een grote database is het de vraag of de periode van drie maanden lang genoeg is. Kijkend naar de concrete cijfers lijkt het zo te zijn dat 329 artikels – waarvan 14 gewijd aan Twitter en 10 aan Google – toch te weinig is om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over een complexe vraag als de neutraliteit van het AD. Daarnaast is er de lacune van de folksonomy: hoewel elke student geacht wordt te beschikken over een zekere mate van expertise, geschiedt de toekenning van tags nog te veel als intuïtieve gevoelskwestie en bleek er in de praktijk geen eenduidige overeenstemming te zijn over de precieze invulling van tags. Hoewel de tekortkomingen aannemelijk zijn, gaf mijn onderzoek te kennen (zowel in zijn kwantitatieve als kwalitatieve structuur) dat alles in de richting wees van een neutraal Algemeen Dagblad. Met een blik op de toekomst zou een dergelijk onderzoek nog meer bekrachtigd kunnen worden met eenzelfde methodologische benadering, zij het dat er dan beschikking kan zijn over een grotere dataset en een meer accuraat tagging-systeem.

Literatuur
Cultural Analytics: a new field that combines arts, media and IT. http://knowledge.smu.edu.sg/article.cfm?articleid=1201 (2009).

R. Rogers, “The Googlization Question, and the Inculpable Engine” in F. Stalder and K. Becker (eds.), Deep Search: The Politics of Search Engines, Edison, NJ: Transaction, 2009. http://www.govcom.org/publications/full_list/rogers_inculpable_engine_2009.pdf

Photo credit: Wordle

Dit artikel is geschreven door Victor van der Boom op Monday, December 14th, 2009 en is terug te vinden onder Algemeen Dagblad, Analyse, Metareports. Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

Leave a Reply

Recente nieuwsberichten

Recente reacties