Generation C – Over Metareporter en de democratisering van het Nieuws

Abstract
In de analyse wil ik het hebben over de digitale tegenhangers van de door Metereporter behandelde kranten. De analyse bestaat uit een vergelijking van de interface van een online krant en de verandering van deze interface en layout door de jaren heen. Hierbij gaat het me vooral om veranderingen die de ‘ver-web2.0-ing’ ten grondslag kunnen hebben; de grotere rol van de gebruiker in niet alleen consumptie van content maar ook het scheppen van content om zo bij te dragen aan wat de online krant te bieden heeft. In andere woorden; in deze analyse wil in op zoek gaan naar de mate van mogelijkheden tot collectivisme in de interface van online versies van kranten binnen een tijdsspanning van ongeveer 15 jaar.
Analyse
Als aggregator voor Metareporter heb ik mij menigmaal met tegenzin naar de bibliotheek moeten slepen. Daar liggen immers alle kranten, in hun conservatieve, fysieke vorm, op een stapeltje chronologisch geordend in de kast. Van het bladeren door de met inkt besmeurde pagina’s werden mijn vingertoppen en mijn hagelwitte toetsenbord langzaamaan zwart en verscheidene mannen van middelbare leeftijd om het kwartier aan me vragen of ik de krant van afgelopen dinsdag inmiddels had overgeschreven omdat ze al zeker een half uur met smart op de sportbijlage zaten te wachten. ‘Als je zo verschrikkelijk haast hebt met het bij de tijd wezen,’ – dacht ik vaak – ‘Kijk dan gewoon even op Internet, wil je.’
Bovendien zat ik zelf veel liever stukken van refdag.nl te copy-pasten in plaats van mijn vingers te prikken aan de nietjes halverwege het schietgebed.
Toen ik mijn gedachten eens hardop uitsprak, zei een van de mannen enigszins geërgerd dat wat er op Internet staat niet te vergelijken is met de ‘goede oude’ krant. Dit deed me denken aan de woorden die Herbert Gans, de voorzitter van de Amerikaanse Pullitzer Prijs, een aantal jaren gelden sprak:
‘(…) Nieuws (…) is in dit land wat een groep blanke, middle-class mannen van middelbare leeftijd zegt dat het is.’
Ik denk echter, dat ‘nieuws’, zoals vele middle-class mannen van middelbare leeftijd vandaag de dag haar tegenwoordig definiëren niet meer van deze tijd is. Zoals ik in een eerder analyse al gesteld heb; de selectiecriteria die gehanteerd worden bij het verzamelen en publiceren van ‘nieuws’ zijn binnen zowel oude als nieuwe media de laatste decennia behoorlijk veranderd. Ook wel;
‘Journalism as it is, is coming to and end. The boundaries between journalism and other forms of public communication – ranging from public relations or advertorials to weblogs and podcasts – are vanishing, the internet makes all other types of newsmedia rather obsolete’
- Deuze, 2007: p. 141
Waar vroeger de publicatiecriteria voornamelijk bestonden uit een zekere mate van ‘nieuwswaarde’ en ‘actualiteit’, moeten deze waarden steeds vaker plaatsmaken voor moderne waarden als ‘appealingness’ en ‘lezersspecificatie’. Dit heeft alles te maken met de shift in organisatienorm van een top-down naar een meer bottom-up attitude. Deze shift is op een meta-niveau te zien aan de verschillen in de publicaties over nieuwe media in de kranten die door Metareporter zijn ge-aggregeerd en de onderwerpen van de metareports.
*Tagcloud 2: Nieuwe Media onderwerpen in kranten naar populariteit gerangschikt.
In bovenstaande visualisatie is te zien welke onderwerpen met betrekking tot nieuwe media door de door ons geselecteerde kranten het meest behandeld zijn binnen de tijd waarin #metareporter actief was. De tags ‘Game’, ‘Website’, ‘Google’ en ‘Privacy’ blijken bijvoorbeeld respectievelijk de vier meest berichtte onderwerpen. Bij de minst besproken onderwerpen vind men opmerkelijke termen als ‘laat zien dat je straalt’, ‘beeldschermseks’ en ‘Miley Cyrus’.
*Tagcloud 3: Nieuwe Media onderwerpen die door de metareporters uitgekozen zijn voor report of analyse.
Uit deze tagcloud blijkt dat wij bij #metareporter het liefst schrijven over respectievelijk Google, Twitter, privacy en games. We schrijven , maar wel het minst, over, onder andere, onderwerpen vanwaar in het oog springende tags er uit zien als ‘billenfotograaf’, ‘pedobear’ of ‘upskirting’.
Wat men dus zou kunnen zeggen, is dat het opmerkelijk is dat de meest voorkomende tags bij kranten verschillen van die van onze eigen reporters. Binnen het overkoepelend kader van Nieuwe Media, wordt er door krantenredacties dus op een andere manier bericht over verschillende subthema’s binnen deze categorie. De kranten lijken bepaalde thema’s, zoals ‘games’ en ‘websites’ belangrijker te vinden dan wij bij Metareporter. Bij ons hebben we het liever over ‘Google’ of ‘Twitter’.
Afgelopen zondag stelde mijn grote held Stephen Fry in een live-debat (LINK) over social media nog dat de drift van het volk om zich te mengen in het debat dat door officiële berichtgevers wordt gepubliceerd, en wat vaak het publiek discours vormt, eeuwenoud is (Dit is naar zijn mening ook de verklaring voor het succes, en de waarde van Twitter). Al sinds de komst van de eerste lokale krantjes, en ik parafraseer, hebben mensen henzelf al terug willen zien komen in de publicatie. Opiniepagina’s en polls hebben het altijd zeer goed gedaan.
Het wordt door consumenten steeds vaker de norm geacht, dat hun bemoeienis met bestaande content sowieso mogelijk is. Deze attitude shift is kenmerkend voor de evaluatie van Web1.0 – Web2.0 waarin de consument plotseling ook de rol van producent ging spelen.
‘This shiny new version of the Internet, what Tim O’Reilly called Web 2.0, really was going to change everything. (…) Media, information, knowledge, content, audience, author – all were going to be democratized by Web 2.0′.
Keen 2007: p. 11
Dit uit zich bij de online kranten en tijdschriften in de vorm van eindeloze stromen comments onder berichten, mogelijkheden tot het ’stemmen’ op berichten die volgens jou als lezer ‘belangrijk’ zijn en talloze andere applicaties die het voor de lezer mogelijk maken om content aan de bestaande data toe te voegen. Het lezen van een krant op Internet, oftewel het tot je nemen van content, is niet langer een passieve bezigheid. De lezer wordt tegenwoordig geacht zich actief in te zetten, en doet dat op Internet inmiddels massaal. Om Rosen te quoten: ‘The people, formally known as the audience’.
Axel Bruns heeft het in zijn artikel Produsage, Generation C, and Their Effects on the Democratic Process uit 2007 over de zogenaamde Generation C. Deze generatie, waar wij ons trots lid van kunnen noemen, is de generatie van Tim O’Reilly’s Web2.0. Oftewel; de generatie die online content omarmt en niet wanhopig teruggrijpt op kranten in hun fysieke vorm.
De ‘C’ in Generation C staat voor -overkoepelend ‘content creation’- ‘creativity’ (de mogelijkheid voor de gebruiker om zelf content te scheppen en aan te passen), ‘casual collapse’ (de eventuele teloorgang van bestaande regels maar ook morele waarden), ‘control’ (het oligarchisch karakter van open source), en ‘celebrity’ (het celebreren van tot nog toe ‘nobody’s’ die via het scheppen van content erkenning krijgen). Generation C:
‘Captures the avalanche of consumer generated ‘content’ that is building on the Web, adding tera-peta bytes of new text, images, audio and video on an ongoing basis’
- Bruns 2007: p. 6
Nu vrijwel alle kranten een online variant hebben, zou je kunnen stellen dat Gereration C, de heersers van het Internet, de content die de krant op het web plaatst naar eigen normen en waarden moeten hebben ingericht. Wanneer de krant deze mogelijkheid niet biedt, heeft een online krant ten op zichte van haar geprinte broertje geen enkele meerwaarde. Remediatie is in een wereld van produsers en prosumers niet langer het verplaatsen van content van medium naar medium. De kracht van het medium waartoe de content geremedieerd wordt moet voor Generation C volledig benut worden.
‘The collective of what readers think… instead of what the editors think… Will this new meaning eventually change the way we can use this object in old media?’
- Baan 2009: p. 1
In een hoorcollege vorig jaar, zette Jan Simons de verschillen tussen oude- en nieuwe media nog eens uit een. Nieuwe media kenmerkten zich volgens hem door de zogenaamde ‘drie-eenheid van Nieuwe Media.
1. Interactief op technisch, communicatief en sociaal vlak (de gebruiker is co-producent van de ervaring)
2. Multimediaal (nieuwe media brengen bestaande media samen)
3. Digitaal (nieuwe media zijn ‘virtueel’ gebaseerd op algoritmes en programma’s)
Deze drie-eenheid staat recht tegenover de connotaties die geplaatst worden bij oudere media, als kranten. Deze zijn mono-mediaal, analoog en maken de consument passief consumptief. Gelukkig lijken oude media voor ons metareporters verleden tijd. Internet is in onze Westerse Universiteits studentenmaatschappij van en voor iedereen. Viva la nieuwe media.
Echter. Zoals ik eerder al mijn zorg uitsprak; nieuws online en daarmee de nieuwswaarde van items wordt nog altijd in vele gevallen bepaald door dezelfde redactie van mannen van middelbare leeftijd die dat doet bij de kranten in hun conservatieve inktjasje. Wordt er bij de remediatie van kranten wel rekening gehouden met de nieuwe normen en waarden die gelden op het door Generation C geregeerde Internet?
Het Algemeen Dagblad (LINK) heeft al sinds 1999 een functionerende online versie van de krant op het web staan. <ad.nl> Op 28 november 1999 zag de homepage van de online krant er zo uit:
PLAATJE 1.
Zoals je kunt zien in het zeer primitief. Ook voor 1999. Toch heeft de site al een aantal typische Internet ‘things’ geadapteerd. De berichten staan niet in z’n geheel op de voorpagina. Als je meer wilt lezen, dan leidt de ‘lees verder’ link je naar het volledige artikel. Dit is geheel in de stijl van een blog, waar ook korte, in het oog springende fragmenten van berichten je kunnen aanzetten tot doorklikken voor meer volledigheid.
Er is nog geen ruimte voor reacties. De enige vorm van interactiviteit die de site biedt is het stemmen in een dagelijkse nieuwspoll en het mailen naar de hoofdredactie.
De kracht van remediation komt nog enigszins tot zijn recht in het item ‘AD’s Handige 100′ waar per dag honderd links met betrekking tot een actueel onderwerp worden geplaatst. Ook kun je zoeken binnen de site, iets dat je eventueel tijd kan besparen wanneer je het vergelijkt met het bladeren in een ouderwetse papieren krant.
Op 6 december 2002 zag de homepage van het Algemeen Dagblad er al heel anders uit.
PLAATJE 2.
De layout was een stuk minder 90’s, dat scheelt sowieso. Daarnaast zijn de korte berichten in blogstijl nu nog meer versimpeld en is alleen de titel al een link in verschillende sidebars. Het is nu ook mogelijk om in het archief te zoeken. De poll is nu nog een teken van mogelijkheden tot interactiviteit, maar nu ook is het mogelijk om reacties bij berichten te plaatsen. Ten slotte linkt de site nu ook naar andere nieuwssites door onder het kopje ‘Nieuws Links’ en is er een nieuwe categorie ‘Internet en PC’.
En dan vandaag de dag:
PLAATJE 3.
De nieuwe layout van het online AD spat van je scherm. Feloranje Mediamarkt-achtige fonds kondigen het wereldnieuws aan. Het lijkt alsof de hedendaagse zapcultuur een nogal protserige layout vereist. Naast de oranje overdosis vallen er in de interface een hoop veranderingen op. De berichten worden nog steeds op z’n blogs gepresenteerd en de poll is nog steeds drukbezocht.
Er zijn alleen een aantal functies bijgevoegd. Zo is er onder de berichttitel te zien hoeveel reacties er al zijn geplaatst, en of er een update voor het bericht beschikbaar is. Zo zou een moord opgelost kunnen zijn, of een gestolen auto weer gevonden. Ook nieuw zijn links naar gerelateerde artikelen die voor de lezer bij het artikel gevoegd worden. Zo wordt het destilleren van de informatie overload tot nieuws dat jij interessant vind een stuk makkelijker.
Boven de header staat een live-stream van titels. Zo krijg je als lezer een actueler dan actueel beeld van wat er gebeurd in de wereld en kun je haast real-time geïnformeerd worden.
Dan staat er bovenin ook de optie ‘mobiel’ om zo niet langer afhankelijk te zijn van plaats maar werkelijk overal op de hoogte te kunnen zijn van het laatste nieuws. Dit kan ook via RSS feeds trouwens. Ten slotte is het mogelijk om elke dag je foto’s van actuele thema’s up te loaden naar de site en alle artikelen rond te mailen, of te Twitteren.
Hoewel het AD dan al als een van de eersten online stond met een krant, en zich zoals uit de analyse blijkt, aardig hebben aangepast aan de nieuwe Generation C normen, zijn ze zeker niet het meest vooruitstrevend. Relatief gezien zou de online versie van NRC Next (LINK) zich veel meer ‘van nu’ kunnen noemen. Niet alleen om het feit dat er wat interactiviteit en dus mogelijkheden tot ‘collectivism’ minstens zoveel te halen valt als bij het AD online, maar vooral omdat zij de waarde van hun originele, ouderwetse papieren krant nog voldoende toekennen. De content op nrcnext.nl wijkt vrijwel volledig af van wat er in de krant staat. Op de site van de Next vind je een blog, dat slechts een aanvulling op het wereldnieuws biedt.
WIlbert Baan was dit onderwerp al eerder opgevallen. In zijn blog (LINK) kijkt hij naar typische nieuwe media kenmerken in online kranten. Wat heb opvalt is hoe ons luie karakter online nog meer gevoedt wordt. Online kranten maken gebruik van highlights, om zo de belangrijkste woorden tot ons door te laten dringen. Daarnaast merkt hij op dat wanneer mensen pleiten voor de conservatieve, ouderwetse krant de het meest belangrijke nieuwe mogelijkheid die Internet ons biedt over het hoofd wordt gezien: delen.
‘If we would like to transfer the object of sharing to old media we have to adapt the system. For example how can you share an article you’re reading in a newspaper? (…) To save a physical object (printed text) in a virtual world (hypertext) you need an anchor (hyperlink). To share a physical object you need a virtual reference to it.’
- Baan 2009: p. 1
De meerwaarde van een krant die haar online versie niet ziet als een ‘krant op Internet’ zit ‘m in meerdere aspecten.
1. Interactiviteit is de norm. Wanneer je content slechts kunt absorberen en zelf geen actieve rol kan spelen, verliest de remediatie haar waarde volledig. Bij het opzetten van een succesvolle online krant zijn mogelijkheden tot participatie van de lezer cruciaal.
2. Het online lezen van de krant kan de lezer tijd besparen. Ten eerste door content gericht te kunnen zoeken op basis van interesse en actualiteit, ten tweede door highlights en mogelijkheden tot consumentenratings en polls.
En;
3. De online content moet een aanvulling zijn op de content die te vinden is in de krant zelf. Achtergrondinformatie, opiniestukken, nuttige links en visualisaties bepalen de meerwaarde van online content.
De grootste meerwaarde van online content ten opzichte van de fysieke krant lijkt mij toch het democratisch aspect. Het komt terug in twee van de drie punten: mensen willen een krant waaraan ze zelf kunnen bijdragen en die voor hen het beste werkt. Een krant dus, die eventueel aangepast kan worden, en gepersonaliseerd is.
Het vertrouwen in autoriteit, en dus ook in eindredacties, is met de komst van Web2.0 al een aantal jaren aan het wankelen. Generation C neemt op het Web het heft in eigen hand. Een krant kopen, doen nog weinig jonge mensen. Het lijkt voor ons een vreemd idee dat content voor ons geselecteerd wordt, op basis van vrijwel geen persoonlijke gegevens of geopenbaarde preferenties. Wij zien de waarde van online content in.
‘Democratie betekent invloed van de massa, invloed van de massa vereist organisatie, organisatie maakt leiding nodig en leiderschap impliceert onderschikking van degenen die geleid moeten worden’.
- Fennema 2001: p. 277
Ik denk dat onze roeping duidelijk is; laten wij de ondergeschikte mannen van middelbare leeftijd eens leren wat ‘nieuws’ is in deze moderne tijden en hen op sleeptouw nemen in het proces van participatie in een informatiedemocratie. Laat mij rustig mijn krant lezen, en ga zelf naar de website.
Verder onderzoek:
Zoals te lezen valt in dit artikel (http://www.nrcnext.nl/blog/2009/12/21/rustig-scrollen-in-je-digitale-tijdschrift/) in het NRC Next Blog, heeft digitaal lezen van kranten en tijdschriften ten opzichte van hun papieren voorgangers nog meer te bieden dan voorheen. Dit door nieuwe manieren van navigeren door context door middel van scrollen en touchscreen-slepen. Zo kun je tekst op een hyper-geordende, overzichtelijke manier volledig naar wens lezen. Ook mensen met een lichte aversie met betrekking tot digitale kranten en tijdschriften zullen toch moeten toegeven dat met e-readers de vooroordelen en nare connotaties van digitale context toch zeker deels moeten worden herzien. Filmpje:
Literatuur
In de analyse wil ik het hebben over de digitale tegenhangers van de door Metereporter behandelde kranten. De analyse bestaat uit een vergelijking van de interface van een online krant en de verandering van deze interface en layout door de jaren heen. Hierbij gaat het me vooral om veranderingen die de ‘ver-web2.0-ing’ ten grondslag kunnen hebben; de grotere rol van de gebruiker in niet alleen consumptie van content maar ook het scheppen van content om zo bij te dragen aan wat de online krant te bieden heeft. In andere woorden; in deze analyse wil in op zoek gaan naar de mate van mogelijkheden tot collectivisme in de interface van online versies van kranten binnen een tijdsspanning van ongeveer 15 jaar.

Als aggregator voor Metareporter heb ik mij menigmaal met tegenzin naar de bibliotheek moeten slepen. Daar liggen immers alle kranten, in hun conservatieve, fysieke vorm, op een stapeltje chronologisch geordend in de kast. Van het bladeren door de met inkt besmeurde pagina’s werden mijn vingertoppen en mijn hagelwitte toetsenbord langzaamaan zwart en verscheidene mannen van middelbare leeftijd om het kwartier aan me vragen of ik de krant van afgelopen dinsdag inmiddels had overgeschreven omdat ze al zeker een half uur met smart op de sportbijlage zaten te wachten. ‘Als je zo verschrikkelijk haast hebt met het bij de tijd wezen,’ – dacht ik vaak – ‘Kijk dan gewoon even op Internet, wil je.’
Bovendien zat ik zelf veel liever stukken van refdag.nl te copy-pasten in plaats van mijn vingers te prikken aan de nietjes halverwege het schietgebed.
Toen ik mijn gedachten eens hardop uitsprak, zei een van de mannen enigszins geërgerd dat wat er op Internet staat niet te vergelijken is met de ‘goede oude’ krant. Dit deed me denken aan de woorden die Herbert Gans, de voorzitter van de Amerikaanse Pullitzer Prijs, een aantal jaren gelden sprak:
(…) Nieuws (…) is in dit land wat een groep blanke, middle-class mannen van middelbare leeftijd zegt dat het is.
Ik denk echter, dat ‘nieuws’, zoals vele middle-class mannen van middelbare leeftijd vandaag de dag haar tegenwoordig definiëren niet meer van deze tijd is. Zoals ik in een eerder analyse al gesteld heb; de selectiecriteria die gehanteerd worden bij het verzamelen en publiceren van ‘nieuws’ zijn binnen zowel oude als nieuwe media de laatste decennia behoorlijk veranderd. Ook wel;
Journalism as it is, is coming to and end. The boundaries between journalism and other forms of public communication – ranging from public relations or advertorials to weblogs and podcasts – are vanishing, the internet makes all other types of newsmedia rather obsolete.
- Deuze, 2007: p. 141
Waar vroeger de publicatiecriteria voornamelijk bestonden uit een zekere mate van ‘nieuwswaarde’ en ‘actualiteit’, moeten deze waarden steeds vaker plaatsmaken voor moderne waarden als ‘appealingness’ en ‘lezersspecificatie’. Dit heeft alles te maken met de shift in organisatienorm van een top-down naar een meer bottom-up attitude. Deze shift is op een meta-niveau te zien aan de verschillen in de publicaties over nieuwe media in de kranten die door Metareporter zijn ge-aggregeerd en de onderwerpen van de metareports.
screen-capture-1
In bovenstaande visualisatie is te zien welke onderwerpen met betrekking tot nieuwe media door de door ons geselecteerde kranten het meest behandeld zijn binnen de tijd waarin Metareporter actief was. De tags ‘Game’, ‘Website’, ‘Google’ en ‘Privacy’ blijken bijvoorbeeld respectievelijk de vier meest berichtte onderwerpen. Bij de minst besproken onderwerpen vind men opmerkelijke termen als ‘laat zien dat je straalt’, ‘beeldschermseks’ en ‘Miley Cyrus’.
screen-capture-2
Uit deze tagcloud blijkt dat wij bij Metareporter het liefst schrijven over respectievelijk Google, Twitter, privacy en games. We schrijven , maar wel het minst, over, onder andere, onderwerpen vanwaar in het oog springende tags er uit zien als ‘billenfotograaf’, ‘pedobear’ of ‘upskirting’.
Wat men dus zou kunnen zeggen, is dat het opmerkelijk is dat de meest voorkomende tags bij kranten verschillen van die van onze eigen reporters. Binnen het overkoepelend kader van Nieuwe Media, wordt er door krantenredacties dus op een andere manier bericht over verschillende subthema’s binnen deze categorie. De kranten lijken bepaalde thema’s, zoals ‘games’ en ‘websites’ belangrijker te vinden dan wij bij Metareporter. Bij ons hebben we het liever over ‘Google’ of ‘Twitter’.
Afgelopen zondag stelde mijn grote held Stephen Fry in een live-debat over social media nog dat de drift van het volk om zich te mengen in het debat dat door officiële berichtgevers wordt gepubliceerd, en wat vaak het publiek discours vormt, eeuwenoud is (Dit is naar zijn mening ook de verklaring voor het succes en de waarde van Twitter en omdat het mijn grote held betreft, sluit ik me daar volledig bij aan.). Al sinds de komst van de eerste lokale krantjes, en ik parafraseer, hebben mensen henzelf al terug willen zien komen in de publicatie. Opiniepagina’s en polls hebben het altijd zeer goed gedaan.
Het wordt door consumenten steeds vaker de norm geacht, dat hun bemoeienis met bestaande content sowieso mogelijk is. Deze attitude shift is kenmerkend voor de evaluatie van Web1.0 – Web2.0 waarin de consument plotseling ook de rol van producent ging spelen.
This shiny new version of the Internet, what Tim O’Reilly called Web 2.0, really was going to change everything. (…) Media, information, knowledge, content, audience, author – all were going to be democratized by Web 2.0.
Keen 2007: p. 11
Dit uit zich bij de online kranten en tijdschriften in de vorm van eindeloze stromen comments onder berichten, mogelijkheden tot het ’stemmen’ op berichten die volgens jou als lezer ‘belangrijk’ zijn en talloze andere applicaties die het voor de lezer mogelijk maken om content aan de bestaande data toe te voegen. Het lezen van een krant op Internet, oftewel het tot je nemen van content, is niet langer een passieve bezigheid. De lezer wordt tegenwoordig geacht zich actief in te zetten, en doet dat op Internet inmiddels massaal. Om Rosen te quoten: ‘The people, formally known as the audience’.
Axel Bruns heeft het in zijn artikel Produsage, Generation C, and Their Effects on the Democratic Process uit 2007 over de zogenaamde Generation C. Deze generatie, waar wij ons trots lid van kunnen noemen, is de generatie van Tim O’Reilly’s Web2.0. Oftewel; de generatie die online content omarmt en niet wanhopig teruggrijpt op kranten in hun fysieke vorm.
De ‘C’ in Generation C staat voor -overkoepelend ‘content creation’- ‘creativity’ (de mogelijkheid voor de gebruiker om zelf content te scheppen en aan te passen), ‘casual collapse’ (de eventuele teloorgang van bestaande regels maar ook morele waarden), ‘control’ (het oligarchisch karakter van open source), en ‘celebrity’ (het celebreren van tot nog toe ‘nobody’s’ die via het scheppen van content erkenning krijgen). Generation C:
Captures the avalanche of consumer generated ‘content’ that is building on the Web, adding tera-peta bytes of new text, images, audio and video on an ongoing basis.
- Bruns 2007: p. 6
Nu vrijwel alle kranten een online variant hebben, zou je kunnen stellen dat Gereration C, de heersers van het Internet, de content die de krant op het web plaatst naar eigen normen en waarden moeten hebben ingericht. Wanneer de krant deze mogelijkheid niet biedt, heeft een online krant ten op zichte van haar geprinte broertje geen enkele meerwaarde. Remediatie is in een wereld van produsers en prosumers niet langer het verplaatsen van content van medium naar medium. De kracht van het medium waartoe de content geremedieerd wordt moet voor Generation C volledig benut worden.
The collective of what readers think… instead of what the editors think… Will this new meaning eventually change the way we can use this object in old media?
- Baan 2009
In een hoorcollege vorig jaar, zette Jan Simons de verschillen tussen oude- en nieuwe media nog eens uit een. Nieuwe media kenmerkten zich volgens hem door de zogenaamde ‘drie-eenheid van Nieuwe Media.
1. Interactief op technisch, communicatief en sociaal vlak (de gebruiker is co-producent van de ervaring)
2. Multimediaal (nieuwe media brengen bestaande media samen)
3. Digitaal (nieuwe media zijn ‘virtueel’ gebaseerd op algoritmes en programma’s)
Deze drie-eenheid staat recht tegenover de connotaties die geplaatst worden bij oudere media, als kranten. Deze zijn mono-mediaal, analoog en maken de consument passief consumptief. Gelukkig lijken oude media voor ons metareporters verleden tijd. Internet is in onze Westerse Universiteits studentenmaatschappij van en voor iedereen. Viva la nieuwe media.
Echter. Zoals ik eerder al mijn zorg uitsprak; nieuws online en daarmee de nieuwswaarde van items wordt nog altijd in vele gevallen bepaald door dezelfde redactie van mannen van middelbare leeftijd die dat doet bij de kranten in hun conservatieve inktjasje. Wordt er bij de remediatie van kranten wel rekening gehouden met de nieuwe normen en waarden die gelden op het door Generation C geregeerde Internet?
Het Algemeen Dagblad heeft al sinds 1999 een functionerende online versie van de krant op het web staan. <ad.nl> Op 28 november 1999 zag de homepage van de online krant er zo uit:
1999
Zoals je kunt zien in het zeer primitief. Ook voor 1999. Toch heeft de site al een aantal typische Internet ‘things’ geadapteerd. De berichten staan niet in z’n geheel op de voorpagina. Als je meer wilt lezen, dan leidt de ‘lees verder’ link je naar het volledige artikel. Dit is geheel in de stijl van een blog, waar ook korte, in het oog springende fragmenten van berichten je kunnen aanzetten tot doorklikken voor meer volledigheid.
Er is nog geen ruimte voor reacties. De enige vorm van interactiviteit die de site biedt is het stemmen in een dagelijkse nieuwspoll en het mailen naar de hoofdredactie. De kracht van remediation komt nog enigszins tot zijn recht in het item ‘AD’s Handige 100′ waar per dag honderd links met betrekking tot een actueel onderwerp worden geplaatst. Ook kun je zoeken binnen de site, iets dat je eventueel tijd kan besparen wanneer je het vergelijkt met het bladeren in een ouderwetse papieren krant.
Op 6 december 2002 zag de homepage van het Algemeen Dagblad er al heel anders uit.
Plaatje 2
De layout was een stuk minder 90’s, dat scheelt sowieso. Daarnaast zijn de korte berichten in blogstijl nu nog meer versimpeld en is alleen de titel al een link in verschillende sidebars. Het is nu ook mogelijk om in het archief te zoeken. De poll is nu nog een teken van mogelijkheden tot interactiviteit, maar nu ook is het mogelijk om reacties bij berichten te plaatsen. Ten slotte linkt de site nu ook naar andere nieuwssites door onder het kopje ‘Nieuws Links’ en is er een nieuwe categorie ‘Internet en PC’.
En dan vandaag de dag:
Plaatje 3
De nieuwe layout van het online AD spat van je scherm. Feloranje Mediamarkt-achtige fonds kondigen het wereldnieuws aan. Het lijkt alsof de hedendaagse zapcultuur een nogal protserige layout vereist. Naast de oranje overdosis vallen er in de interface een hoop veranderingen op. De berichten worden nog steeds op z’n blogs gepresenteerd en de poll is nog steeds drukbezocht.
Er zijn alleen een aantal functies bijgevoegd. Zo is er onder de berichttitel te zien hoeveel reacties er al zijn geplaatst, en of er een update voor het bericht beschikbaar is. Zo zou een moord opgelost kunnen zijn, of een gestolen auto weer gevonden. Ook nieuw zijn links naar gerelateerde artikelen die voor de lezer bij het artikel gevoegd worden. Zo wordt het destilleren van de informatie overload tot nieuws dat jij interessant vind een stuk makkelijker.
Boven de header staat een live-stream van titels. Zo krijg je als lezer een actueler dan actueel beeld van wat er gebeurd in de wereld en kun je haast real-time geïnformeerd worden. Dan staat er bovenin ook de optie ‘mobiel’ om zo niet langer afhankelijk te zijn van plaats maar werkelijk overal op de hoogte te kunnen zijn van het laatste nieuws. Dit kan ook via RSS feeds trouwens. Ten slotte is het mogelijk om elke dag je foto’s van actuele thema’s up te loaden naar de site en alle artikelen rond te mailen, of te Twitteren.
Hoewel het AD dan al als een van de eersten online stond met een krant, en zich zoals uit de analyse blijkt, aardig hebben aangepast aan de nieuwe Generation C normen, zijn ze zeker niet het meest vooruitstrevend. Relatief gezien zou de online versie van NRC Next zich veel meer ‘van nu’ kunnen noemen. Niet alleen om het feit dat er wat interactiviteit en dus mogelijkheden tot ‘collectivism’ minstens zoveel te halen valt als bij het AD online, maar vooral omdat zij de waarde van hun originele, ouderwetse papieren krant nog voldoende toekennen. De content op nrcnext.nl wijkt vrijwel volledig af van wat er in de krant staat. Op de site van de Next vind je een blog, dat slechts een aanvulling op het wereldnieuws biedt.
Wilbert Baan was dit onderwerp al eerder opgevallen. In zijn blog kijkt hij naar typische nieuwe media kenmerken in online kranten. Wat heb opvalt is hoe ons luie karakter online nog meer gevoedt wordt. Online kranten maken gebruik van highlights, om zo de belangrijkste woorden tot ons door te laten dringen. Daarnaast merkt hij op dat wanneer mensen pleiten voor de conservatieve, ouderwetse krant de het meest belangrijke nieuwe mogelijkheid die Internet ons biedt over het hoofd wordt gezien: delen.
If we would like to transfer the object of sharing to old media we have to adapt the system. For example how can you share an article you’re reading in a newspaper? (…) To save a physical object (printed text) in a virtual world (hypertext) you need an anchor (hyperlink). To share a physical object you need a virtual reference to it.
- Baan 2009
De meerwaarde van een krant die haar online versie niet ziet als een ‘krant op Internet’ zit ‘m in meerdere aspecten.
1. Interactiviteit is de norm. Wanneer je content slechts kunt absorberen en zelf geen actieve rol kan spelen, verliest de remediatie haar waarde volledig. Bij het opzetten van een succesvolle online krant zijn mogelijkheden tot participatie van de lezer cruciaal.
2. Het online lezen van de krant kan de lezer tijd besparen. Ten eerste door content gericht te kunnen zoeken op basis van interesse en actualiteit, ten tweede door highlights en mogelijkheden tot consumentenratings en polls.
En;
3. De online content moet een aanvulling zijn op de content die te vinden is in de krant zelf. Achtergrondinformatie, opiniestukken, nuttige links en visualisaties bepalen de meerwaarde van online content.
De grootste meerwaarde van online content ten opzichte van de fysieke krant lijkt mij toch het democratisch aspect. Het komt terug in twee van de drie punten: mensen willen een krant waaraan ze zelf kunnen bijdragen en die voor hen het beste werkt. Een krant dus, die eventueel aangepast kan worden, en gepersonaliseerd is.
Het vertrouwen in autoriteit, en dus ook in eindredacties, is met de komst van Web2.0 al een aantal jaren aan het wankelen. Generation C neemt op het Web het heft in eigen hand. Een krant kopen, doen nog weinig jonge mensen. Het lijkt voor ons een vreemd idee dat content voor ons geselecteerd wordt, op basis van vrijwel geen persoonlijke gegevens of geopenbaarde preferenties. Wij zien de waarde van online content in.
Democratie betekent invloed van de massa, invloed van de massa vereist organisatie, organisatie maakt leiding nodig en leiderschap impliceert onderschikking van degenen die geleid moeten worden.
- Fennema 2001: p. 277
Ik denk dat onze roeping duidelijk is; laten wij de ondergeschikte mannen van middelbare leeftijd eens leren wat ‘nieuws’ is in deze moderne tijden en hen op sleeptouw nemen in het proces van participatie in een informatiedemocratie. Laat mij rustig mijn krant lezen, en ga zelf naar de website.
En verder:
Zoals te lezen valt in dit artikel in het NRC Next Blog, heeft digitaal lezen van kranten en tijdschriften ten opzichte van hun papieren voorgangers nog meer te bieden dan voorheen. Dit door nieuwe manieren van navigeren door context door middel van scrollen en touchscreen-slepen. Zo kun je tekst op een hyper-geordende, overzichtelijke manier volledig naar wens lezen. Ook mensen met een lichte aversie met betrekking tot digitale kranten en tijdschriften zullen toch moeten toegeven dat met e-readers de vooroordelen en nare connotaties van digitale context toch zeker deels moeten worden herzien.

Literatuur:
Bruns, Axel. ‘Produsage, Generation C and their Effects on the Democratic Process’. Queensland University of Technology. Brisbane: 2007
Deuze, Mark. ‘Media Work’. Polity Press. Cambridge: 2007
Fennema, Meindert. ‘De moderne Democratie’. Het Spinhuis. Amsterdam: 2001
Keen, Andrew. ‘The Cult of the Amateur’. Doubleday. New York: 2007
En verscheidene artikelen van hypernarrative.com oftewel, het blog van Wilbert Baan.

Dit artikel is geschreven door Roos van Tongerloo op Wednesday, December 23rd, 2009 en is terug te vinden onder Analyse, Eindanalyse, Metareports. Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Both comments and pings are currently closed.

Recente nieuwsberichten

Recente reacties