Opmars van gratis naar goedkoop

Abstract: Onderzoek gaat over de verhouding tussen redactionele en journalistieke content ten opzichte van content verkregen via persdiensten, tussen de verschillende kranten. Aan de hand van deze resultaten zal men de toekomst van de journalistiek bespreken.

De betaalde dagbladjournalistiek zit in zwaar weer, al jaren heeft men te kampen met teruglopende oplagecijfers en ‘vergrijzing’ van hun lezersbestand. Grote boosdoeners? De opkomst van het internet en het toetreden van de gratis kranten zoals de Metro, Sp!ts en dagblad de Pers tot de Nederlandse lezersmarkt.  Maar ook de economische neergang van de afgelopen jaren hebben de inkomsten van de krant laten dalen. Dagbladen zijn voor hun inkomsten afhankelijk van de lezers- en advertentiemarkt. Minder lezers betekend op langere termijn minder inkomsten uit advertenties. Dat geldt niet alleen voor adverteerders ook politici en andere personen en maatschappelijke groeperingen die de publieke opinie willen beïnvloeden gaan opzoek naar andere media om het publiek te bereiken (Bakker & Scholten, 2007).  Het is maar goed dat de oplage van de kranten in totaal de afgelopen jaren is toegenomen door de komst van gratis kranten. Toch heeft men ook kritiek op de gratis kranten:

In de discussie over spindokters en gratis kranten is het argument dat de redacties van gratis kranten zo klein zijn dat ze uit kopijnood wel moeten overgaan tot het ongecontroleerd overtikken en plaatsen van persberichten en ANP’tjes (…) Of je oren laat hangen naar wat het enorme leger van voorlichters, woordvoerders en spinners te melden heeft, hangt volgens mij meer af van je journalistieke instelling en de cultuur op de krant, dan van omvang van je redactie…’

(In De Nieuwe Reporter, 15 mei 2007,
Ben Rogmans, hoofdredacteur De Pers)

Ben Rogmans suggereert in dit citaat dat gratis kranten uit nood overgaan tot het ‘ongecontroleerd overtikken en plaatsen van persberichten en ANP’tjes’.   Maar in  hoeverre laten gratis dagbladen zich daadwerkelijk verleiden van het overnemen van ANP berichten? En hoe verhoudt dit zich tot de ‘betaalde’ kranten? Hoe kan het dat het Nederlandse medialandschap en daarmee de journalistiek zo enorm veranderd is? Aan de hand van de verzamelde data van metareporter zal in deze eindanalyse zal een beeld worden geschetst over de toekomst van de journalistiek aan de hand van nieuwe media berichtgeving. Vragen die daarbij een rol spelen zijn: Hoe verhoudt zich de verdeling tussen redactionele content en content vergaard via persdiensten zoals het ANP binnen een krant? En Maken de gratis dagblade meer gebruik van persdiensten zoals het ANP dan ‘betaalde’ kranten? Om vervolgens een discussie te voeren over de toekomst van de Nederlandse Journalistiek aan de hand van de reeds geschreven metareports.

Nieuwe Media is een dynamisch vakgebied en daardoor ook aan verandering onderhevig. Weinig kranten hebben een speciale redactie gespecialiseerd in Nieuwe Media of wanneer ze dat hadden zijn ze reeds opgeheven. Alleen het parool en de Pers hebben een speciaal katern gewijd aan nieuwe media, respectievelijk iParool (Het Parool) en Nieuwe Media 3.0 (De Pers). Andere kranten gebruiken meer generieke katernen zoals “Media” en “Games”. Doordat het een dynamisch vakgebied is en maar relatief weinig kranten daadwerkelijk een redactie of katern hebben gewijd aan Nieuwe Media is het juist interessant welke kranten zelf schrijven over Nieuwe Media of dat zij de berichtgeving overnemen van Persdiensten. En haalt men juist deze berichtgeving bij een Persdienst vandaan vanwege het gebrek aan eigen expertise op gebied van Nieuwe Media.

Aan de hand van deze data zullen de vragen worden getoetst over de eerder beschreven verdelingen (Persdienst vs. Journalist). Het type onderzoek is gebaseerd op een eerder onderzoek Case Studies of International News in the Press van Teun van Dijk (1988). In dit onderzoek wordt gekeken naar berichtgeving in kranten over derde wereldlanden. Een van de vragen die men zich tijdens het onderzoek heeft gesteld is Wat is de verdeling van artikelen welke over derde wereld landen zijn geschreven door journalisten van de krant zelf, correspondenten en persdiensten. Groot verschil is dat men bij het onderzoek van Teun van Dijk (1988) diverse kranten in zijn geheel geanalyseerd over een korte periode, namelijk 1 dag. In dit onderzoek wordt ook de gehele krant geanalyseerd alleen wordt hier gefilterd op nieuwe media gerelateerde artikelen. Op basis van de nieuwe media gerelateerde artikelen worden verdere analyses uitgevoerd en uitspraken gedaan.

Bij de analyse zal gebruik worden gemaakt van de data op Metareporter. Deze data is verzameld over de maanden september, oktober en november. Bij deze data wordt gekeken naar de invulling van de krant aan de hand van vier categorieen De verdeling is gemaakt aan de hand van de volgende kenmerken; artikelen waarbij de naam van een journalist bij is vermeld vallen onder de categorie “Journalist”,  artikelen geschreven door een “Persdienst” hierbij moet men denken aan alle persbureau’s zoals het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), Geassocieerde Pers Dienst (GPD),Associated Press (AP) en Reuters, artikelen geschreven onder een redactie (hier vallen onder artikelen geschreven door de redactie economie, wetenschappelijke redactie of artikelen geschreven door “van onze verslaggevers”) deze worden ondergebracht in de categorie “redacteuren en verslaggevers” en artikelen waarvan de bron niet vermeld is, deze worden geschaard onder de categorie “Auteur Onbekend”. Daarnaast zal in dit onderzoek een verdeling worden gemaakt tussen betaalde en gratis kranten. Onder betaalde kranten wordt verstaan, kranten waarvoor de consument in beginsel een vergoeding dient te betalen. Bij Metareporter ziet men De Telegraaf, Het Algemeen Dagblad, Het Parool, Trouw, Reformatorisch Dagblad, NRC Handelsblad, NRC Next, Financieel Dagblad en De Volkskrant als betaalde kranten. Gratis kranten zijn kranten welke gratis worden verstrekt en waarvoor men in beginsel geen vergoeding voor hoeft te worden betalen. Hier onder vallen de kranten: De Pers, De Sp!ts en Metro.
De verdeling wordt bepaald aan de hand van percentages per categorie. De keuze van percentage’s is gebasseerd op het feit dat niet alle kranten evenveel Nieuwe Media gerelateerde artikelen hebben gepubliceerd. Om toch een evenwichtig beeld te krijgen wordt bij dit onderzoek gekozen van een verdeling op grond van percentages.

Resultaten & Bevindingen

In de periode van begin september tot en met eind november heeft men bij metareporter  2614  artikelen geaggregeerd.  De algemene verdeling (zie afbeelding 1) over alle kranten per categorie is als volgt: 46,3% van alle artikelen geschreven op metareporter zijn geschreven door een journalist waarvan de naam bekend is. Daarentegen is 34,5 % van de artikelen geschreven door een onbekende auteur, 5% geschreven door een redactie en is 14,2 % van alle nieuwe media gerelateerde artikelen afkomstig van een Persdienst.

Algemeen overzichtAfbeelding 1: Algemeen overzicht

Uit deze anlyse kan men opmaken dat over het algemeen de kranten daadwerkelijk hun eigen berichtgeving omtrent nieuwe media zelf schrijven. Wanneer men de categorieen Redactie / Verslaggever en Journalist samen nemen dan kan men met zekerheid zeggen dat 51,3%  van de berichtgeving over Nieuwe Media geschreven wordt door de krant zelf. Deze verdeling kan gezien worden als een gemiddelde verdeling over alle kranten. De nu volgende resultaten en bevindingen zullen aan de hand van deze verdeling getoetst worden.

Betaald vs. Gratis Kranten

Naar aanleiding van het citaat van Ben Rogmans dat uit kopijnood kleinschalige redacties over zouden gaan tot het veelvuldig overnemen van ANP berichten, worden de verdeling van de Gratis kranten afgezet tegen de betaalde kranten (afbeelding 2).  De vraag die men naar aanleiding van dit citaat heeft gesteld is of gratis kranten zich meer laten verleiden tot het overnemen van berichten van Persdiensten zoals het ANP, dan de betaalde kranten.

Betaald vs. GratisAfbeelding 2: Betaald vs. Gratis

Hierbij valt op dat wanneer men de Betaalde kranten afzet tegen de Gratis Kranten dat bij de verdeling bij de verdeling van de Betaalde kranten ten opzichte van de Gratis kranten een miniem verschil oplevert. De betaalde kranten benoemen de journalist in 46,8% van de artikelen tegenover 45,7% van de gratis kranten. Alleen de gratis kranten maken wat meer gebruik van de Persdiensten (16,9%) dan de betaalde krantn (12,%). Wanneer men de categorie Redactie / Verslaggever en Journalist samen nemen, kan men zeggen dat 52,6% van de berichtgeving over Nieuwe Media geschreven wordt door de betaalde kranten zelf tegenover 52,7% van de nieuwe media berichtgeving van de Gratis kranten. De uitspraak van Ben Rogmans over het feit dat gratis kranten veelal bestaan uit ANP berichten is op het gebied van artikelen gerelateerd aan nieuwe media onjuist.

De uitschieters

Uit de voorgaande analyse Betaald vs. Gratis kranten viel op dat tussen de twee categorieën geen eenduidige verschillen te vinden zijn. Aangezien geen enkele krant hetzelfde is verwacht men wel een aantal verschillen tussen de kranten onderling. Op basis van deze verwachting heeft men een de verdelingen van kranten samengevoegd in één analyse (Afbeelding 3). De analyse die nu volgt is een samenvatting van resultaten hier worden alleen de opvallendste uitschieters gerapporteerd.

Grafiek uiteindelijke versie

Afbeelding 3: Totaal overzicht (verdeling in percentages)

Het meest opvallende is dat wanneer men de categorieen “Journalist” en “Redactie / Verslaggever” het Reformatorisch Dagblad (36,6%) en het Algemeen Dagblad (32,9%) het minst zelf schrijven van de artikelen over nieuwe media zelf schrijven. Daarnaast ziet men dat het Reformatorisch Dagblad ook het grootste gedeelte van de artikelen van een Persdienst heeft (44,6%). Wanneer men de metareport leest over Refo’s Troost is het Kroost, ziet men dat de doelgroep van het reformatorisch dagblad behoord tot de mediakluizenaars en zich daarmee verre houdt van multimedia.  Nu blijkt dat men ondanks het grote aantal nieuwe media berichten het grootste gedeelte niet door de eigen journalisten van het Reformatorisch Dagblad is geschreven. De reden waarom het AD zo weinig zelf schrijft is onbekend. In het artikel Een blik op de tijd: De stabiliteit van het AD en Is het Algemeen Dagblad wel zo algemeen? suggereert men dit te maken heeft met het algemene karakter wat men wil uitdragen en dat men relatief  expertise in huis heeft om daadwerkelijk nieuwe media gerelateerde artikelen te schrijven.

Aan de andere kant ziet men dat de Volkskrant (70,4%) en het NRC Handelsblad (67,7%) het meest nieuwe media gerelateerde artikelen schrijven. Verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat deze twee kranten gezien worden als ‘Kwaliteitskranten’. Dit impliceert dat andere kranten geen kwaliteit zouden hebben. Achter deze typering gaat het niet om de invulling van het begrip ‘kwaliteit’ maar om de verhouding tussen ‘(politieke) informatie’ versus ‘amusement’ in een dagblad. Een krant met relatief veel (politieke) informatie en weinig amusement krijgt het etiket ‘kwaliteitskrant’, het omgekeerde levert het etiket ‘populaire krant’ op (Bakker & Scholten, 2007). Daarbij zijn ANP berichten vaak algemene berichten, artikelen geschreven door de journalist zelf zijn vaak meer gericht op informatie, achtergrond en opinie.

Verder valt op dat relatief veel kranten hun auteur of bron niet vermelden bij hun artikelen. In een van mijn voorgaande metareports Wat schrijft de Sp!ts Zelf? is de mogelijkheid geschetst dat deze artikelen geschreven zijn door persbureau’s in het buitenland. Wanneer dit het geval is dan hoeft men namelijk niet te vermelden dat het om een buitenlands persbureau gaat. Wanneer dit het geval zou zijn blijkt dat nog minder artikelen door journalisten of door een redactie van de krant zelf is geschreven. Omdat binnen dit onderzoek geen hard bewijs is dat deze artikelen afkomstig zouden zijn van een buitenlands persbureau mag men op grond van deze gegevens het niet concluderen.

Discussie

Aan de hand van de verzamelde data en de verkregen resultaten dient men wel een opmerkingen te maken. Mag men aan de hand van de verzamelde data van metareprter wel generaliseren naar de gehele inhoud van de krant? In principe niet. Om een goed beeld te krijgen van de verhoudingen tussen berichtgeving overgenomen van een persdienst en de artikelen geschreven door de redactie van de krant zelf dan zou men de gehele krant moeten aggregeren. Maar wanneer men kijkt naar de spreiding van artikelen welke nieuwe media gerelateerd zijn, dan ziet men dat de berichtgeving goed vertegenwoordigd is bij de hoofdkaternen “Binnenland”, “Economie”, “Buitenland” en aan de hand van deze gegevens en de analyse Nieuwe Media neemt langzaam maar zeker uw krant over, zou men kunnen zeggen dat berichtgeving een goede graadmeter is om uitspraken te doen over de gehele krant.

Een ander belangrijk punt voor eventueel vervolgonderzoek is de lengte van het artikel. In tegenstelling tot verleden jaar (2008) wordt dit jaar geen rekening gehouden met de lengte van het bericht.  Het zijn dat korte artikelen (zoals gebruikelijk) vaak overgenomen worden door het ANP, de resultaten van het onderzoek kunnen een enigszins vertekend beeld geven.

Het gevaar van het overnemen van artikelen van een Persdienst zoals het ANP.

Uit het onderzoek blijkt dat een groot gedeelte van de kranten zijn artikelen afneemt van een Persdienst zoals het ANP. Het gevaar met oog op de toekomst is dat het nieuws wat men in de krant leest ook op het internet aanbied. Om de toekomst van de journalistiek te kunnen waarborgen zal zij de concurrentie moeten aangaan met websites zoals nu.nl. De website nu.nl is in feite niets anders dan een doorgeefluik van ANP berichten. Daarbij is het voor de lezer niet interessant om een abonnement te nemen op een krant waarbij het grootste gedeelte van het nieuws ook te lezen is op het internet. Daarbij leeft de Nederlandse burger leeft in een freeconomic volgens Anderson (2009), men is namelijk niet meer gewend om ergens nog voor te betalen. Niet alleen kan men op de diverse stations, supermarkten en onderwijsinstellingen een gratis krant ophalen. Ook op het internet wordt het nieuws gratis aangeboden. Dit nieuws is daarbij ook ten alle tijden beschikbaar en voorzien van de laatste updates. Wanneer men kijkt naar het verleden verschilde dit men nu, toen had men een abonnement op de krant en betaalde men nog kijk- en luistergeld wanneer ze een televisie in huis hadden staan. Voor het laatste nieuws moest men wachten op de journaals en de actualiteitenprogramma’s, nu kan men het laatste nieuws on demand verkrijgen op het internet.

Wil men zich onderscheiden op de nieuwsmarkt dan zal men ervoor moeten zorgen dat het nieuws aantrekkelijk en onderscheidend is van andere nieuwssite’s. Het duurt echter niet lang meer of kranten, televisie, tijdschriften en radio smelten straks samen in één fysieke medium: het computerscherm. Jose van Dijck denk niet darmee dat de materiele krant of televisiejournaal zoals we die nu kennen, zullen verdwijnen; tenslotte bestaan het theater en de bioscoop na de massale invoering van de video ook nog steeds.

Conclusie

Een mogelijkheid om een krant gratis of zo goedkoop mogelijk te houden is het veelvuldig gebruik van Persdiensten. Een oud gezegde ‘goedkoop is duurkoop’ en gaat met betrekking tot de ‘oude’ print media op. Om als krant aantrekkelijk te blijven voor de lezers zal men meer achtergrond artikelen moeten schrijven over nieuwsgebeurtenissen. Het overnemen van ANP berichten dient heeft hierbij niet de voorkeur. Immers de ANP berichten zijn vaak te lezen op website’s zoals nu.nl. Wanneer men als dagbladjournalistiek in het geheel zou willen blijven bestaan moet men innovatief zijn. Eventueel zou men in het werkgebied moeten verplaatsen van ‘print’ naar het internet en een goede virtuele krant oprichten, waarbij bij men wil betalen voor een abonnement op deze krant en welke de concurrentie kan aangaan met nieuwssite’s zoals nu.nl en de televisie.

Literatuur:

Andersson, Chris, The Long Tail, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 6e druk, 2009

Bakker en Scholten, Communicatiekaart van Nederland, overzicht van media en communicatie, Kluwer, 6e druk, Alphen aan de Rijn, 2007

Dijck, José, van. Journalistieke cultuur in nederland: Nieuws in het internettijdperk, Amsterdam University Press, Amsterdam 2002

Dijk, Teun A. van, News analysis : case studies of international and national news in the press, Hillsdale, N.J. : L. Erlbaum, 1988.

Dit artikel is geschreven door Karin Oenema op Wednesday, December 23rd, 2009 en is terug te vinden onder Analyse, Eindanalyse, Metareports. Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

Leave a Reply

Recente nieuwsberichten

Recente reacties