Press of Things
Sinds september zijn we bij Metareporter bezig geweest met het archiveren, in kaart brengen en analyseren van berichtgeving over nieuwe media in de pers. Hier zijn een aantal interessante bevindingen uit voortgekomen. Zo doet de Telegraaf het meest verslag van nieuwe media en NRC Next het minst, vallen de meeste artikelen onder de Economie katern, en komen er meer berichten uit het binnenland dan uit de buitenland. Ook inhoudelijk is er het één en ander naar voren gekomen, zoals het feit dat er steeds meer verslag wordt gedaan van nieuwe media ten opzichte van voorafgaande jaren.
Nu heb ik recentelijk een aantal artikelen gelezen over het idee van The Internet of Things. Kort samengevat gaat dit om het idee dat in de toekomst allerlei objecten die wij in het dagelijks leven gebruiken via elektronica met elkaar in verbinding staan en kunnen communiceren. Een rapportage van het ITU (International Communication Union) omschrijft hoe dit in zijn werk zal gaan als volgt:
… embedding short-range mobile transceivers into a wide array of additional gadgets and everyday items, enabling new forms of communication between people and things, and between things themselves. A new dimension has been added to the world of information and communication technologies (ICTs): from anytime, any place connectivity for anyone, we will now have connectivity for anything.
Veel toepassingen van The Internet of Things zijn echter nog beduidend science-fiction van aard. Niet omdat de technologieën nog niet bestaan, maar omdat zij in het dagelijks leven nog niet of nauwelijks gebruikt worden. Zo heeft Julian Bleecker in zijn artikel “Why Things Matter” het over zogenaamde “blogjects”, oftewel objecten die bloggen, die niet alleen informatie kunnen plaatsen op het internet, maar ook conversatie kunnen creëren op de zelfde manier als menselijke bloggers doen. Er wordt dus niet alleen rauwe data gecommuniceerd, maar deze blogjects geven ergens betekenis aan. Een simpele toepassing in het dagelijks leven, zoals Bleecker in zijn artikel voorstelt, zou een verloren koffer kunnen zijn die zijn locatie aan de eigenaar doorgeeft en up-to-date houdt. Zo ver zijn we echter nog niet.
Een toepassing die tegenwoordig naar mijn mening wel dicht bij de werkelijkheid staat en ook direct in verband staat met The Internet of Things, is Bruce Sterling’s idee van de “Spime”. In zijn speech op SIGGRAPH in 2004 omschrijft Sterling een Spime als een object dat iedereen wil hebben (of misschien wel moet hebben) en waarmee allerlei informatie opgeslagen en opgevraagd kan worden. Deze Spimes staan niet alleen in verbinding met elkaar, maar ook met het internet. Alles, van het maken van transacties tot het ontvangen van zoekresultaten, kan met het object gedaan worden. Deze Spimes worden zo’n integraal deel van het dagelijks leven dat we niet meer zonder kunnen. Het gevaar is echter dat elke activiteit en alle informatie op deze Spimes ook door derden te traceren is. Een voorbeeld van wat als een Spime gezien kan worden: de iPhone (of, tot op zekere hoogte, de meeste hedendaagse mobiele telefoons).
Waarom is dit nu interessant? In de Metareporter database staat het onderwerp “website” met 134 tags op nummer twee in de lijst van meest gebruikte tags. Meteen op nummer drie staat mobiele telefonie met 112 tags en op nummer zeven staat “iphone” met 63 tags. Wellicht is de overgang naar een “Internet of Things” ook op te merken in berichtgeving over nieuwe media in de pers? Hebben objecten, gadgets, of “Spimes” zoals Sterling in zijn speech omschreef de overhand in de berichtgeving over nieuwe media en hoe staan deze artikelen in verband met het internet? Is er, kort gezegd, sprake van een “Press of Things”?
Werkwijze
Aangezien het niet reëel is om elk artikel in onze database te analyseren (dit zijn er 2613), zal ik alleen kijken naar de onderwerpen die, vanaf onze start in september tot begin december, het meest aan bod kwamen. Binnen de top 20 meest voorkomende onderwerpen (in totaal 1318 tags) zal ik kijken hoe veel artikelen objecten behandelen, hoe veel van deze artikelen verbonden zijn met het internet en welke krant hier de meeste aandacht aan besteedt. Uiteindelijk zal ik kijken of er een verband ligt tussen deze resultaten en de theorie van de eerder genoemde auteurs.
Een Nieuwe Media object (oftewel een “Thing”) definieer ik in deze analyse als een fysiek voorwerp, dat op de één of andere manier in verbinding staat met andere voorwerpen (en het internet) en de gebruiker in staat stelt een handeling te verrichten. Ter illustratie: een game is geen object, terwijl een Sony PSP dit wel is. Een E-book is geen object, maar een E-reader wel, etc. Er zijn echter wel een paar onderwerpen die niet direct over een object gaan, zoals “mobiele telefonie”, maar wel op zo’n manier aan een object verbonden zijn dat het wel als één gerekend wordt.
De resultaten
De onderwerpen die in onze database het meest zijn opgenomen, zijn niet erg verrassend. Games, websites in het algemeen, mobiele telefonie, Google, privacy en Twitter hebben stuk voor stuk erg veel artikelen aan deze onderwerpen gewijd. Veel mensen spelen games, vrijwel iedereen die met nieuwe media in contact komt gebruikt het internet en heeft een mobiele telefoon, Google is nog altijd de meest gebruikte zoekmachine, onze privacy staat vaak ter discussie en Twitter lijkt een grotere rage dan Flippo’s ooit waren geweest. Andere veel voorkomende onderwerpen zijn verschillende social media websites, zoals Facebook en Hyves, de nieuwe media giganten Microsoft en Apple, en ook de alom geliefde OV-chipkaart. Hier onder vind je een grafiek met daarin de twintig meest voorkomende onderwerpen uit onze database, alsmede een tagcloud waarin in één oogopslag te zien is hoe vaak de onderwerpen ten opzichte van de rest van de database voorkomen. De grafiek is gemaakt met ManyEyes en de tagcloud met Wordle.
Top 20 onderwerpen in de database
Tagcloud van alle onderwerpen
Op het eerste gezicht lijkt het alsof, in de lijst van de top 20 meest voorkomende tags, de enige artikelen over objecten gaan over mobiele telefonie in het algemeen, de iPhone en de OV-chipkaart. Dit is echter misleidend, aangezien een groot deel van de artikelen over bijvoorbeeld games net zo goed ook over spelcomputers kunnen gaan. In de tagcloud zijn ook meerdere objecten duidelijk te zien, zoals MP3-spelers, de Nintendo Wii en C2000 portofoons. Om hier een goed beeld van te schetsen moet per onderwerp uit de lijst gekeken worden naar andere tags die hiermee in verbinding staan. In de onderstaande tabel staat naast het totaal aantal artikelen per onderwerp het aantal onderwerpen die getagd zijn met een dergelijk object. Ook staat het percentage met de verhouding tussen deze twee gegevens vermeld. Helaas is het in onze database niet mogelijk om unieke artikelen te onderscheiden, dus kan het zijn dat er enige overlapping is qua tags. Echter geven deze gegevens wel duidelijk weer hoe vaak deze objecten genoemd worden, ten opzichte van artikelen van een andere aard.
Een toelichting voor de reden dat de OV-chipkaart tot deze objecten wordt gerekend: het is een essentieel object in ons dagelijks leven aan het worden dat veel overeenkomsten met Sterling’s Spimes vertoont. Zo worden met deze kaarten transacties gemaakt, wordt informatie opgeslagen en weer opgevraagd en is deze informatie te traceren. Vooral voor mensen die veel met het openbaar vervoer gaan is als het ware het “leven” van deze persoon verbonden met de chipkaart. Een citaat van Sterling geeft dit wellicht beter weer:
The most important thing to know about Spimes is that they are precisely located in space and time. They have histories. They are recorded, tracked, inventoried, and always associated with a story.

Het spreekt voor zich dat artikelen over onderwerpen uit deze lijst die al als een Nieuwe Media object geclassificeerd zijn, een percentage van 100% hebben. Ook is het niet verrassend dat één van de grootste fabrikanten van elektronica (Apple) en E-books (vanwege de E-readers) een hoog percentage hebben. Wat echter wel opvalt is het feit dat de tags “privacy”, “surveillance” en “politie” behalve de eerder genoemde onderwerpen de hoogste percentages hebben. Dit komt overeen met de theorieën van de genoemde auteurs, die stellen dat The Internet of Things bepaalde implicaties heeft op onze privacy. Hier ga ik later verder op in.
Een ander gegeven dat opvalt is het feit dat 431 van de 1318 tags in deze top 20 van onderwerpen binnen de Nieuwe Media berichtgeving over objecten gaat. Ervan uitgaande dat weinig tags overlappen komt dit neer op bijna één derde van de berichtgeving (oftewel 32,7%). Zelfs wanneer we een marge gebruiken van 7% overlappende tags over het totaal komt dit dus nog neer op een kwart van de berichtgeving. Een aanzienlijk hoog aantal, aangezien men bij Nieuwe Media nog vaak het idee heeft dat het vrijwel alleen betrekking heeft tot het internet (dit maak ik op uit reacties van mensen die ik wat vertel over het vakgebied). Websites (en, per extensie, het internet) staan hier zelfs met slechts 7,46% als één van de minsten in verband met deze objecten. Of dit komt doordat het woord ”internet” vrij weinig is gebruikt als tag is niet te zeggen. Wellicht zijn de objecten zo ver geëvolueerd in hun communicatie dat zij los zijn komen te staan van het internet?
Privacy
De ITU rapportage over The Internet of Things omschrijft de gevaren hiervan als volgt:
One of the most important challenges in convincing users to adopt emerging technologies is the protection of data and privacy. Concerns over privacy and data protection are widespread, particularly as sensors and smart tags can track users’ movements, habits and ongoing preferences.
Hiernaast ging Sterling in zijn speech ook in op de gevaren van Spimes, zoals fraude, spam, identiteitsdiefstal en het feit dat een “object” per definitie geen morele bezwaren kan hebben tegen het verspreiden van vertrouwlijke gegevens. Vooral dit laatste is natuurlijk gevaarlijk wanneer al deze objecten uiteindelijk met elkaar in verbinding staan. Uit dit onderzoek blijkt al dat privacy wat betreft deze objecten in de Nieuwe Media berichtgeving vaak aan bod komt. Maar komt deze berichtgeving overeen met de gevaren die theoretici noemen? Een zoekopdracht naar de tag “privacy” in onze database, in combinatie met de objecten uit de top 20, levert de volgende resultaten op:
In het geval van het onderwerp “mobiele telefonie” zijn er zes artikelen die gaan over privacy. Één van de artikelen gaat over de hoeveelheid telefoons die elke dag afgetapt (kunnen) worden. Dit zijn er zo’n 2250 per dag. Wat betreft de OV-chipkaart en privacy zijn er twee artikelen, die allebei gaan over de schending ervan. De meest voorkomende objecten uit onze top 20 zijn echter niet de meest voorkomende binnen het onderwerp “privacy”. Dit loopt namelijk heel erg uiteen, van webcams en navigatiesystemen, tot de RFID-chip. Het laatste zal volgens theoretici als Rob van Kranenburg een grote rol gaan spelen als onderdeel van objecten binnen The Internet of Things.
Dit alles betekent echter niet dat de meeste berichtgeving over de Nieuwe Media objecten over privacy gaan. Integendeel, want het aantal artikelen met als onderwerp “privacy” en ”surveillance” is slechts 41 en beslaat slechts 9,5% van alle berichtgeving over deze objecten. Het betekent dus alleen dat de berichtgeving over privacy aanzienlijk meer artikelen bevat die over objecten gaan dan de andere onderwerpen, niet andersom.
Conclusie
Nieuwe Media objecten, “Things”, gadgets, spelen wel degelijk een grote rol in de berichtgeving over Nieuwe Media in de geschreven pers. Wel een kwart tot één derde van alle berichtgeving over Nieuwe Media gaat in zekere mate over deze objecten, ervan afhangende hoe veel overlapping er is tussen de verschillende tags. In de top 20 meest besproken onderwerpen uit onze database, gaan er voor vrijwel elk onderwerp op zijn minst een paar artikelen over de besproken objecten. Hiernaast komt een veel besproken onderwerp binnen The Internet of Things in verhouding veel aan bod. Onze privacy staat ter discussie wanneer objecten vertrouwelijke informatie kunnen registreren en dit ongehinderd dreigen door te communiceren. De berichtgeving over privacy en deze objecten komt dan ook overeen met kwesties die theoretici ter discussie stellen. Opvallend is wel dat ik geen direct verband heb kunnen leggen tussen het internet en deze objecten. Ik vermoed echter dat dit komt doordat de tag “internet” vrij weinig gebruikt is en niet doordat de artikelen niks met het internet te maken hadden. Al met al mag het duidelijk zijn dat objecten een belangrijke rol spelen in het Nieuwe Media landschap en de berichtgeving hierover. Echter is naar mijn mening een aandeel van 25 tot 33% te laag om al van een “Press of Things” te spreken. But we’re getting there.


Leave a Reply