Haatbaarden achter de webcam
In een vermakelijk artikel uit de Pers van donderdag 15 oktober worden de eerste stapjes van de Taliban op YouTube breed uitgemeten. Dat de zogenaamde haatbaarden, zoals ze door Geenstijl zijn gedoopt, nu gretig meedoen met de sociale media is natuurlijk vrij komisch, zeker omdat ze in hun eigen strikte ideologie TV en film verbieden. Ook het feit dat YouTube een product is van de Grote Satan maakt het een geinige concessie.
Toch is het een interessant punt, niet zozeer het gezellige filmpje dat momenteel eenzaam in hun channel prijkt, maar het idee dat de Taliban, samen met Al-Qaeda momenteel gepromoot als de ‘vijand’ van onze veilige verlichte samenleving, wél op ‘ons’ YouTube haar ideeën mag vertegenwoordigen (al zijn de geweldadige filmpjes verwijderd). Ze worden momenteel opgejaagd in Afghanistan maar getolereerd op YouTube. En ook op gewone ‘ouderwetse’ sites stellen ze hun ideologieën beschikbaar op het Web.
Dat brengt ons bij een bijzonder complex probleem: de vrijheid van meningsuiting op het internet. Ontzettend veel over geschreven en geneuzeld, waar ik graag even aan mee neuzel. Dat de Taliban bepaalde ideeën hebben die niet kosjer zijn is duidelijk, maar waar baseren we het op? Het idee dat vrouwen minderwaardig zijn en lijfstraffen de normaalste zaak van de wereld is verwerpelijk, maar niet illegaal. Tegelijk zijn het wel de ideeën van bewegingen die al vele onschuldige burgerdoden op hun geweten hebben, in hun pogingen exact die ideologieën te verspreiden. Maakt dat ze niet beladen genoeg om ook online te verbieden? Ook bepaalde rechtse (semi-)christelijke groepen gooien hun verwerpelijke ideeën online, maar die blazen geen ambassades op. Daarom dat dan weer wel toestaan?
Het probleem is dus, waar baseren we de ‘grens’ van het toelaatbare op? Op onze eigen Westerse ideeën of is er een algemene, internationale norm? Lokaal verschilt dat nogal eens, neem dit andere artikel uit de Pers. In Duitsland is het strafbaar om Hitler zo te vertonen, in Thailand snappen ze nauwelijks hoe gevoelig dat ligt. Vandaar ook dat rechts-extremistische sites zoals Stormfront – verwerpelijk vanwege hun antisemitisme – zonder problemen kunnen bestaan zolang ze in landen zijn gehost waar het niet strafbaar is.
Dat probleem zou je weer aan kunnen pakken door websites of content te blocken in plaats van te verwijderen. De overheid zou een soort filter in kunnen stellen waar het voornaamste internetverkeer een land binnen komt, om zo toch strafbaar materiaal te ‘verbieden’. Maar dát riekt dan weer teveel naar China of Iran. En de norm van strafbaar materiaal kan dan wel eens per kabinet verschillen..
Het aanpakken van meningen en uitingen lijkt dus erg lastig online. Toch gebeurd het in andere gevallen weer wel regelmatig, zoals de beruchte pro-anorexia sites, sites die adviseren over zelfmoord of kinderporno, wat in feite ook ‘bepaalde’ meningen zijn. Daar is men het internationaal gelukkig ook genoeg over eens dat het verwerpelijk is, en overal aangepakt moet worden. Ongeacht de locatie waar het gehost is. Dat is dus een uiterste dat wél aangepakt wordt, maar wat doen we met al die grijze gevallen?


Een eindeloze discussie lijkt het af en toe he?!…
Je kunt je hierbij ook afvragen wie zichzelf het recht mag toekennen deze ‘regel’, ofwel normen en waarden te toetsen. Hoe invulling wordt gegeven aan intrinsieke waarden, lijkt cultureel, maatschappelijk of zelfs (ook) individueel bepaalt.
Interessante docu over het begrip vrijheid, erg interessant!: http://www.nederland2.nl/uitzendinggemist/programma/tegenlicht/282,
ofwel:
‘Een partijtje vrijheid’. Tegenlicht. VPRO, 18 mei 2009. Streaming: 21 mei
Praat Jij met geenstijl , dat is Tóch een Kinder verkrachtend jodennest?
Die bannen Iedereen die niet pro joods is !
http://airvd.wordpress.com/2008/11/23/crimineel-pedonetwerk-in-nederland